Goliat betekenis & definitie

Goliat, reusachtige krijgsman uit het kamp der Filistijnen; (fig.) persoon of zaak van enorme lengte of omvang of met grote macht. Zie ook David.

In 1 Samuël 17:4 wordt Goliat geïntroduceerd als de imposante reus van het vijandelijke leger: ‘Uit de gelederen van de Filistijnen trad een kampvechter naar voren, een zekere Goliat uit Gat, een man van ruim zes el lang. Hij had een bronzen helm op zijn hoofd en droeg een bronzen schubbenpantser dat wel vijfduizend sjekel woog’ (NBV). De beschrijving eindigt zo: ‘De schacht van zijn lans was zo dik als de boom van een weefgetouw en de punt was gemaakt van zeshonderd sjekel ijzer. Een schildknecht ging voor hem uit’ (1 Samuel 17:4-7, NBV). Naar deze immense figuur worden nu nog personen of zaken van reusachtige omvang of groot belang genoemd; verder is hij bekend als de spreekwoordelijke tegenspeler van de tengere David die hem in een tweegevecht met slechts een slinger versloeg.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 9159-68. Doe quam een man hiet goliad. / [...] sijn vader alse wijt horen. / Was een heidin een gygant. / Selue die felle tyrant. / Die was lanc .vi. cubitus. Ende eene palme wi lesent dus. (Toen kwam een man, die Goliat heette [...] zijn vader, zoals we vernemen, was een heiden, een reus. Zelf was die wrede tiran lang 6 el en 1 palm, zo lezen we.)

Gebruiksvoorbeeld: In de woensdag verschenen pocketeditie [van het WNT] is ook een intekenlijst te vinden met als eerste namen koningin Beatrix en haar zoon Willem Alexander. Ze worden eigenaar van wat prof. dr. Van Sterkenburg, directeur van het Instituut voor Lexicologie, een cultuurmonument noemde, de Goliath onder de woordenboeken. (Meppeler Courant, maart 1993)

Gebruiksvoorbeeld: Anderhalf jaar moest de Goliath der oud-redacteuren [Nuis, oud-redacteur PC en groot van gestalte] elke vergadering genoegen nemen met de rotste houten stoel van het redactielokaal. (Rotte vis. Een cursus effectief beledigen. Een keuze uit Propria Cures, 1998, p. 100)

Gebruiksvoorbeeld: De verhalen over hem zijn legio en huiveringwekkend. Hij zou de schrik van Meppel zijn. Hij kent de verhalen. ‘Ik moet wel een Goliath wezen. Je ziet nu zelf wat er voor de dag komt. Ik zou een soort Al Capone zijn, maar dan in Meppel en niet in Chicago.’ (Meppeler Courant, maart 1993)

Gepubliceerd op 11-05-2017