Reus betekenis & definitie

Een reus op lemen voeten, indrukwekkende, grote zaken die een essentiële, fatale zwakte hebben.

Koning Nebukadnessar van Babylonië, waarheen de Israëlieten in ballingschap gevoerd waren, had een droom waarin hij een enorm beeld zag: ‘Het hoofd van het beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen waren van zilver, zijn buik en lendenen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer, deels van leem’ (Daniël 2:32-33, NBV). Door een rollende steen worden de voeten verbrijzeld en stort het beeld in stukken ter aarde. De joodse profeet Daniël verklaarde de droom later door de verschillende onderdelen van het beeld, beginnend bij het gouden hoofd, te vergelijken met opeenvolgende koninkrijken, die steeds verder verzwakken totdat het lemen rijk uiteindelijk volledig instort.

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), Daniël 2:33. Syne beenen waren ijseren, syne voeten waren eensdeels ijseren, ende eensdeels leemen. (Statenvertaling (1637): eensdeels van yser, ende eensdeels van leem.)

Gebruiksvoorbeeld: Vergeleken bij dit mozaïek van organisaties ziet de visserijzuil er van buiten uit als een granieten monoliet. Van binnen is het een reus op lemen voeten want er moeten grote tegenstellingen verzoend worden. Tegenstellingen tussen beroeps -- en pleziervissers, tussen brasem -- en snoekvissers, tussen vlieg- en levend-aas-vissers. (Nieuwe Strategieën voor natuurbescherming, 1989)

Gebruiksvoorbeeld: Er is [...] weinig fantasie nodig om te bedenken dat een Unie met 25 of 30 leden, die over vetorecht beschikken, een of meer Eurocommissarissen leveren, enz, een politieke reus op lemen voeten wordt. (De Volkskrant, 23-10-1999, p. 17)

Gepubliceerd op 11-05-2017