Wat is de betekenis van Omvang?

2026-10-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Omvang

m., g. mv., 1....

2026-10-07
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

omvang

omvang - Zelfstandignaamwoord 1. omtrek, dikte 2....

2026-10-07
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

omvang

omvang - zelfstandig naamwoord uitspraak: om-vang 1. hoe...

2026-10-07
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

omvang

1. grootte; omtrek; uitgebreidheid....

2026-10-07
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Omvang

s., bifieming, bigryp (it), bistek (it), omgong, grouwens,...

2026-10-07
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

omvang

m. (omtrek; grootte; uitgestrektheid, ruimte, die iets...

2026-10-07
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

omvang

('om) m. I....

2026-10-07
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

omvang

m. (g....

2026-10-07
Handelslexicon

J. Hagers (1910)

Omvang

Omvang - de bepaalde afmetingen welke een voorwerp heeft, de...

2026-10-07
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Omvang

zie Omtrek.

2026-10-07
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Omvang

Omvang m. omtrek, dikte: die boom heeft een grooten omvang;...

‘Omvang’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.