Eersteling betekenis & definitie

Eersteling, eerste opbrengst van oogst en vee; (fig.) eerstgeborene, oudste kind of eerstgeboren jong; eerste werk van een kunstenaar.

Het woord eersteling is waarschijnlijk geïntroduceerd door de bijbelvertalingen van Luther. Er wordt, meestal in het meervoud, mee verwezen naar de eerste opbrengsten van het land, de eerste vruchten, het eerste graan, de eerstgeboren jongen van het vee, die bestemd waren om aan God te offeren: ‘Het beste der eerstelingen van uw bodem zult gij in het huis van de HERE, uw God, brengen’ (Exodus 23:19, NBG-vertaling). In bijbelse beeldspraak wordt het woord toegepast op het oudste kind in Psalmen 105:36: ‘Hij sloeg alle eerstgeborenen in hun land, / de eerstelingen van hun ganse kracht’ (NBG-vertaling). Sinds de negentiende eeuw wordt het woord het meest toegepast op het eerste artistieke product van iemand, dus het eerste boek of toneelstuk, de eerste film of het eerste schilderij. De NBV gebruikt het woord eersteling dan ook niet meer, maar omschrijft het begrip met o.a. eerste oogst, eerstgeborene.

In het Nieuwe Testament wordt Christus ‘eersteling van hen die ontslapen zijn’ genoemd (1 Korintiërs 15:20, NBG-vertaling). Hier geldt de betekenis ‘meest vooraanstaande’, die nu verouderd is.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Leviticus 2:12. Maer tot den offere der eerstelinghen suldijse den HERE offeren. (Ook in de Statenvertaling, 1637.)

Gebruiksvoorbeeld: Van harte gefeliciteerd met de geboorte van jullie eersteling! (Gehoord, jaren ’80)

Gebruiksvoorbeeld: Ook in natuurlijke omstandigheden blijft slechts 50 procent van olifantekalfjes, die als eersteling worden geboren, in leven. (Meppeler Courant, juni 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Bovendien kan de bezoeker via koptelefoons luisteren naar regisseur Ton Lutz die uitlegt hoe hij Claus’ eersteling Een bruid in de morgen uit 1955 per toeval in handen kreeg en meteen versteld stond van de taalrijkdom ervan. (NRC, apr. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017