Eer betekenis & definitie

Ere wie ere toekomt, de eer (van iets) moet gegeven worden aan wie zij toekomt; dikwijls met de implicatie: en niet aan iemand anders.

Deze elliptische zin is genomen uit de passage waarin Paulus de gemeente maant de overheid te eren: ‘Betaalt aan allen het verschuldigde, belasting aan wie belasting, tol aan wie tol, ontzag aan wie ontzag, eerbetoon aan wie eer toekomt’ (Romeinen 13:7, NBG-vertaling). De oude vorm ere is bewaard uit de oudere vertalingen; de vorm van de frase als geheel is echter niet zo in de bestaande vertalingen terug te vinden. De toepassing is verruimd tot iedere situatie waarin men de juiste persoon lof wil toezwaaien voor iets dat hij of zij gedaan heeft.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Romeinen 13:7. Aldus geeft nv yegelijcken wat ghij sculdich sijt, dien schot, die den scot behooret, dien tol, dien tol behoort, dien vreese, dien vreese behoordt, dien eere, dien eere behoort.

Gebruiksvoorbeeld: In het Hollands plassengebied zie je momenteel dan ook veel sloepen en vletten. Bijna iedereen die aan of bij het water woont, heeft er een, of wil er een. Ere wie ere toekomt, Bouw van Wijk is daar voor een groot deel verantwoordelijk voor. (Waterkampioen, 1994, nr.17)

Gebruiksvoorbeeld: In het artikel in onze maandageditie [...] stond onder meer te lezen, dat de burgemeester zelf een zeer bekend ex-wedstrijdzeiler in de regenboogklasse was. Dit is echter niet juist. Niet de burgemeester, maar zijn zoon Allard was dat. Ere wie ere toekomt... (Meppeler Courant, mei 1993)

Gepubliceerd op 11-05-2017