Wat is de betekenis van Eersteling?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eersteling

eersteling - Zelfstandignaamwoord 1. het eerste werk van een kunstenaar Je kunt bij het lezen van De mindere goden, de tweede roman van Eimear McBride (1976), vermoeden dat de hoofdpersoon uit haar eerste boek (Een meisje is maar half af – over een meisje dat haar broer verliest aan een hersentumor) ieder m...

Lees verder
2000
2021-05-16
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Eersteling

Eersteling, eerste opbrengst van oogst en vee; (fig.) eerstgeborene, oudste kind of eerstgeboren jong; eerste werk van een kunstenaar. Het woord eersteling is waarschijnlijk geïntroduceerd door de bijbelvertalingen van Luther. Er wordt, meestal in het meervoud, mee verwezen naar de eerste opbrengsten van het land, de eerste vruchten, het eerste gra...

Lees verder
1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

eersteling

m. (-en), 1. eerstgeborene; eerste vrucht; (fig.) eerste voortbrengsel van een geestelijke produktie (eerste boek, stuk enz.); 2. (mv.) bepaald ras van aardappelen; 3. (kristallografie) zie fenokrist. Eerstelingen waren oorspronkelijk de eerste vruchten van de akker en de bomen (koren, olijven, druiven), van het vee, soms ook van de mens. De eer...

Lees verder
1954
2021-05-16
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Eersteling

coöperatieve aardappelmeelfabriek te Borgercompagnie, 1898. Zie aardappelmeel.

1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eersteling

s., earst(e)ling.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Eersteling

m. en v. (-en), eerstgeborene; eerste vrucht; — (fig.) eerste voortbrengsel van een geestelijke productie (eerste boek, stuk enz.).

1926
2021-05-16
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Eersteling

I. Van Christus wordt gezegd (1 Cor. 15 : 20, 23), dat Hij de eersteling geworden is dergenen, die ontslapen zijn. Dit beteekent niet, dat Hij de eerste zou zijn dergenen, die uit de dooden werden opgewekt (vgl. 1 Kon. 17 : 21 ; 2 Kon. 4:35; Matth. 9:23; Luc.7: 15; Joh. 11 : 44). Gelijk bij Israël door de aan God gebrachte eerstelingen van de...

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eersteling

EERSTELING, m. en v. (-en), eerste vrucht; — eerstgeborene; — eerste pennevrucht. EERSTELINGE, v. (-n).

Lees verder