Huis betekenis & definitie

Huis des Heren, tabernakel en tempel; kerk, kerkgebouw.

In de bijbel geldt Huis des Heren (ook wel Huis Gods) als een van de benamingen voor de tabernakel en tempel, de aan God gewijde plaats waar de heilige voorwerpen bewaard werden, waar God vereerd werd en waar men aan hem offerde. Zie bijvoorbeeld over de tempelbouw in 1 Koningen 7:48: ‘Ook maakte Salomo al de voorwerpen in het huis des HEREN, het gouden altaar, en de tafel waarop het toonbrood lag, van goud’ (NBG-vertaling). Als aanduiding van kerk of kerkgebouw is de benaming niet algemeen.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), 1 Koningen 7:48. Ooc maecte Salomo alle vaten die totten huse des HEREN behoorden, te wetene, eenen gulden outaer, een gulden tafele daer die toonbroden op liggen.

Gebruiksvoorbeeld: In een zeer indringende preek bepaalde hij zijn gehoor bij Romeinen 1 vers 11 en 12. Hij legde uit, dat het niet vrijblijvend is om naar het Huis des Heren te gaan. (Meppeler Courant, mei 1993)

Gebruiksvoorbeeld: De verweerde Saint Magnuskathedraal van Kirkwall -- het enige Huis des Heren op aarde waar een model van een Vikingschip op de avondmaalstafel prijkt. (NRC, feb. 1994)

In het huis mijns vaders, of van een bepaalde persoon, instelling e.d. zijn vele woningen, in de hemel is plaats voor iedereen; (fig.) er is bij die persoon, instelling e.d. plaats voor mensen van zeer verschillende herkomst of opvattingen.

Het Johannes-evangelie 14:2 citeert Jezus, die zijn gehoor uitnodigt in hem te geloven en zich zo een plaats in het huis van zijn Vader, de hemel, te verwerven: ‘In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou ik het u gezegd hebben – want ik ga heen om u plaats te bereiden’ (NBG-vertaling; de NBV spreekt hier van ‘veel kamers’. De uitdrukking wordt vaak toegepast op situaties waar van grote tolerantie en pluriformiteit sprake is, maar het hiervolgende citaat sluit nauw bij de oorspronkelijke context aan: [Naar aanleiding van een moeizame zoektocht naar bepaalde graven op een kerkhof:] ‘Het Huis van de Vader heeft vele woningen, maar meestal ontbreken de huisnummers’ (De Volkskrant, 27-6-1999).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Johannes 14:2. Jn myns vaders huse zijn veel woeninghen. (In de Statenvertaling (1637): huys mijns Vaders).

Gebruiksvoorbeeld: ‘In het huis van vader Freud zijn vele woningen’, zo verwoordde Westerman Holstijn later zijn ‘rekkelijke’ opvattingen [betreft verzet tegen starre en dogmatische benadering van Freuds theorieën]. (De Volkskrant, 6-6-1997)

Gebruiksvoorbeeld: Waarom de vrijzinnig protestantse omroep? Omdat zijn organisatie kwetsbaar was. Omdat in zijn huis vele woningen waren, bewoond door best aardige mensen. (NRC, dec. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017