Land betekenis & definitie

Het land van belofte, het beloofde land, Israël; (fig.) het ideale land dat in het vooruitzicht wordt gesteld.

Het land dat God aan Abraham toezegde is Kanaän: ‘Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn’ (Genesis 17:8, NBV). De enige plaats waar de verbinding letterlijk voorkomt staat in het Nieuwe Testament: ‘Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte’ (Hebreeën 11:9, NBG-vertaling; de NBV heeft hier ‘het land dat hem beloofd was’). Nu wordt (informeel) ook het huidige Israël met deze naam aangeduid, en wordt de naam overdrachtelijk ook voor andere (soms uitsluitend spiritueel bedoelde) landen gebruikt, vgl. de roman Het beloofde land van Adriaan van Dis (over de Karoo in Zuid-Afrika) en het beloofde land in Taoïstische zin als de spirituele situatie waar men naartoe werkt.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Hebreeën 11:9. Door dat gelooue is hi een vreemdelinck geweest in dat beloofde lant, als in eenen vreemden lande, ende woonde in tenten met Jsaac ende Jacob, den mede erfgenamen der seluer belooften. (Statenvertaling (1637): het landt der belofte.)

Gebruiksvoorbeeld: Mijn feestgevoel toen we op de heenreis de rots van Gibraltar passeerden, was daardoor des te groter; ik had deze reis een tamelijk draaglijk leven en ik zou het beloofde land zien. (J.M.A. Biesheuvel, Zeeverhalen, 1985, p. 80)

Gebruiksvoorbeeld: Verbouwereerd zie ik de sterren stralen / op landen van belofte, ongemeten, / en wil zonder verwijl daar binnengaan. (G. Achterberg, Verzamelde gedichten, 1985 (Nebo, 1957), p. 903)

Gebruiksvoorbeeld: Zoals tal van intellektuelen, die erin slaagden te ontsnappen aan de verleiding van het opportunisme en het konformisme van het nonkonformisme, werkte Kristol zich los uit de ban van de marxistische boodschap van het kommunistische beloofde land. (De Standaard, dec. 1995)

Een land (overvloeiende) van melk en honing, Israël; (fig.) een land waar het goed leven is.

Het Beloofde Land Kanaän (Israël) wordt ook wel het land van melk en honing, of het land, (over)vloeiende van melk en honing genoemd. De eerste vindplaats in de bijbel is die waar God speekt: ‘Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit de macht der Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten’ (Exodus 3:8, NBG-vertaling; zie ook onder meer Leviticus 20:24 en Numeri 13:27). De NBV heeft ‘dat overvloeit’ in plaats van ‘vloeiende’. Bedoeld is dat het land een overvloed aan voedsel opbrengt en dus goed is om in te wonen. De uitdrukking is zo bekend dat er ook speels op gevarieerd wordt zoals in het volgende tijdschriftartikel: ‘Beeldspraak in de culinaire journalistiek: land van brood en honing. [...] Eten en drinken in spreekwoorden’ (Onze Taal, 1991, nr. 5). Een ander voorbeeld: ‘Hij staarde haar na, de brede heupen in de lange gestreep¬te rok, de mollige rug, de volle armen. Een land van melk en boter. De melk die hij had gedronken was bijna geel van de room geweest. Geen boer was hij, maar ook een leek kon zien hoe sappig en mals het gras hier was’ (M. Möring, In Babylon, 1997, p. 107).

Bijbelcitaat: Statenvertaling (1637), Exodus 3:8. Daerom ben ick neder gekomen, dat ick het verlosse uyt de hant der Egyptenaren, ende het op-voere uyt desen lande, nae een goet ende ruym lant, nae een lant vloeyende van melck ende honich.

Gebruiksvoorbeeld: En bij de ondertekening van de Interim-overeenkomst op 28 september van dit jaar, ook te Washington, zei hij ‘dat het land vloeiende van melk en honing niet mag worden tot een land vloeiende van bloed en tranen’. (Tweede Kamer, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Ze is gevlucht uit haar land in de Hoorn van Afrika, waar onbeschrijfelijke ellende bestaat door honger, oorlog en droogte en hoopt een tijdelijk verblijf of misschien wel een definitieve toekomst met perspectief te kunnen vinden in Nederland, vriendelijk en gastvrij en overlopend van melk, honing en beloften. (Meppeler Courant, dec. 1993)

In het land der levenden, onder de levenden, op aarde, i.t.t. onder de doden, in het hiernamaals.

Deze uitdrukking wordt verscheidene keren in het Oude Testament gebruikt, waarvan de bekendste plaats is: ‘Geen sterveling kent de weg erheen, de wijsheid is niet in het land der levenden’ (Job 28:13, NBV). De uitdrukking komt vaker voor in oudere vertalingen, onder andere in het bijbelboek Ezechiël, gewoonlijk in verband met de schrik die werd verspreid in het land der levenden (bijvoorbeeld in Ezechiël 32:23, NBG-vertaling).

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), Job 28:13. Niemant en weet waer sy leyt, ende en wert niet gheuonden in den lande der leuendighen. (de Statenvertaling (1637) sluit hierbij aan; jongere vertalingen hebben levenden i.p.v. levendigen.)

Gebruiksvoorbeeld: In de eerste trein was onder anderen te vinden Marcus Polak van het modemagazijn aan de 1e Hoofdstraat (thans Pasveer). Wederom waren zestien van de onzen niet meer in het land der levenden. (Meppeler Courant, okt. 1992)

Gebruiksvoorbeeld: De personages zijn allang dood, maar ontmoeten elkaar op een reünie in het Nieuwpoortteater. De eerste op de afspraak stelt ontgoocheld vast dat men in het Rijk der Levenden enkel jodium, frietvet en angst inademt. (De Standaard, nov. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017