Zoon betekenis & definitie

De verloren zoon, de zoon in de gelijkenis die na lange tijd weggeweest te zijn weer thuiskomt; (fig.) iemand die na lang wegblijven weer ergens opduikt of na lange tijd een ‘verkeerd’ leven geleid te hebben weer op het rechte pad is.

Iemand inhalen als de verloren zoon, iemand groots verwelkomen na lange afwezigheid.

De verloren zoon is een uitdrukking die niet letterlijk uit de bijbeltekst zelf afkomstig is, maar uit de titel die aan het betreffende verhaal is toegekend -- in de NBG-vertaling: De gelijkenis van de verloren zoon. De verbinding is gebaseerd op Lucas 15:32, en werd al in de Middeleeuwen gebruikt in de oorspronkelijk veertiende-eeuwse Spiegel der Sonden. We vinden haar ook in het inhoudsoverzicht van Lucas 15 in de Deux-Aesbijbel (1562) en de Statenvertaling (1637). Het verhaal over de verloren zoon is opgetekend door de evangelist Lucas. De jongste van twee zoons vraagt zijn erfdeel van zijn vader en trekt erop uit. De verlokkingen van de wereld zijn echter zo groot dat hij al zijn bezit erdoor jaagt en tijdens een hongersnood grote ontberingen lijdt. Dan besluit hij terug te gaan en zijn vader te zeggen dat hij gezondigd heeft en niet meer waard is zijn zoon te heten. De vader is zo blij met zijn terugkeer dat hij het gemeste kalf laat slachten -- iets waar de oudste zoon zeer jaloers op is. ‘Hierbij sluit ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. Deze belofte doe ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen’ (Genesis 9:11, NBV). ‘Mijn jongen,’ zegt de vader dan tot zijn oudste zoon, ‘jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden’ (Lucas 15:31-32, NBV). Zie ook Kalf.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 134, 23-26. Sone, du best algedads met mi, ende al dat ic hebbe dats dijn. Mar nu moste wi eten ende blide sijn, want dijn bruder die was doet, ende hi es leuende worden; hi was verloren, ende hi es weder vonden.

Gebruiksvoorbeeld: [Als de hoofdpersoon zich na lang wegblijven weer bij het gezelschap voegt:] ‘De Verloren Zoon is terug!’ riep ridder Fitil. ‘En het beste deel van het festijn komt nog: het gemeste kalf is geslacht! Goed eten voor ons allemaal!’ (T. Dragt, Geheimen van het Wilde Woud, 1993 (1965), p. 87)

Gebruiksvoorbeeld: ‘Sijbren is mijn verloren zoon, die weer terug kwam maar toen wou hij het kalf niet dat ik voor hem van stal haalde. Ik wou niet aandringen, ik dacht dat ik hem zou beledigen.’ (J. van de Wetering, Het veilige gevoel, 1983, p. 21)

Gebruiksvoorbeeld: Dan, jaren later, kijk ik uit mijn raam / en zie twee mannen, doodgemoedereerd, / als twee verloren zonen teruggekeerd, / mijn land bemeten. (N. Scheepmaker, De Gedichten, 1991 (De landmeters, 1987), p. 89)

Gebruiksvoorbeeld: De Zuidafrikaanse pers beschouwde het bliksembezoek als een grandioze overwinning op de ondergrondse verzetsbewegingen. Maar Breytenbach zelf trof eigenlijk geen blaam: hij werd binnengehaald als de verloren zoon. (Vrij Nederland, 4-9-1976)

Gepubliceerd op 11-05-2017