Wat is de betekenis van ruim?

2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ruim

ruim - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. niet precies, maar met iets erbij ♢ er waren ruim honderd mensen 2. groot, royaal ♢ op de markt heb je een ruime keus 1. hi...

Lees verder
1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

ruim

I. bn. enbw. (-er, -st), 1. zich ver uitstrekkend in alle richtingen, wijd: een ruime vlakte; de mime wereld; (van besloten ruimten) veel ruimte biedend, lang en breed, resp. zo dat er veel ruimte is: een — huis; een ruime weg, breed; wonen, in een ruim huis wonen; (oneig.) een ruime plaats in iets beslaan, er een belangrijk deel van uitmaken...

Lees verder
1954
2022-01-21
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Ruim

(van stap en eventueel draf). Hiervan spreekt men als het dier voldoend lange passen maakt. Het tegengestelde noemt men kort.

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ruim

1. s.n., rom (it), rûm (it). 2. adj. & adv., rom, rûm; zij hebben het niet —, it giet dêr net út ’e bredens, it komt krap om, it is skraebjen om ’e kant, it is skerpenheuvel; — zoveel als, stiif, tige safolle as; — zo goed, al, tige sa goed; — ho...

Lees verder
1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ruim

I. bn. bw. (-er, -st), 1. zich ver uitstrekkend in alle richtingen, bep. over een oppervlak, uitgestrekt, wijd: een ruime vlakte; de ruime wereld; — (van besloten ruimten) veel ruimte biedend, lang en breed, resp. zo dat er veel ruimte is: een ruime kamer; een ruim huis; een ruime weg, breed; — ruim wonen, in...

Lees verder
1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ruim

I. bn. (1 zich ver uitstrekkend in alle richtingen; 2 van min of meer beperkte ruimten: veel ruimte biedend; 3 open, vrij; 4 niet door iets of iem. ingenomen of bezet; 5 onbelemmerd, vrij; niet door bezigheden in beslag genomen; 6 veel kunnende bevatten; 7 wijd, niet nauw [omhullend, omgevend]; 8 gevierd, niet kort of strak; 9 uitgebreid, omvangrij...

Lees verder
1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ruim

Het begrip ruim heeft 2 verschillende betekenissen: 1. ruim - ruim - bn. bw. (-er, -st), veel kunnende bevatten of inhouden, uitgestrekt, wijd: eene ruime kamer ; een ruim huis ; — ruim wonen, in een ruim huis wonen; (ook) een ruim uitzicht hebben : — een ruim uitzicht, niet begrensd ; — een ruim veld van werkzaamheden, groote...

Lees verder
1898
2022-01-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Ruim

zie Breed.