Wat is de betekenis van ruim?

2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ruim

ruim - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. niet precies, maar met iets erbij ♢ er waren ruim honderd mensen 2. groot, royaal ♢ op de markt heb je een ruime keus 1. hi...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ruim

I. bn. enbw. (-er, -st), 1. zich ver uitstrekkend in alle richtingen, wijd: een ruime vlakte; de mime wereld; (van besloten ruimten) veel ruimte biedend, lang en breed, resp. zo dat er veel ruimte is: een — huis; een ruime weg, breed; wonen, in een ruim huis wonen; (oneig.) een ruime plaats in iets beslaan, er een belangrijk deel van uitmaken...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ruim

I. bn. bw. (-er, -st), 1. zich ver uitstrekkend in alle richtingen, bep. over een oppervlak, uitgestrekt, wijd: een ruime vlakte; de ruime wereld; — (van besloten ruimten) veel ruimte biedend, lang en breed, resp. zo dat er veel ruimte is: een ruime kamer; een ruim huis; een ruime weg, breed; — ruim wonen, in...

Lees verder
1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Ruim

zie Breed.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ruim

Het begrip ruim heeft 2 verschillende betekenissen: 1. ruim - ruim - bn. bw. (-er, -st), veel kunnende bevatten of inhouden, uitgestrekt, wijd: eene ruime kamer ; een ruim huis ; — ruim wonen, in een ruim huis wonen; (ook) een ruim uitzicht hebben : — een ruim uitzicht, niet begrensd ; — een ruim veld van werkzaamheden, groote...

Lees verder