Wat is de betekenis van Pijp?

2020
2022-01-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

pijp

1) (17e eeuw) (mar.) (meestal verkleinwoord) klein bierflesje: 'een kouwe pijp drinken'. • Pijp. Eigenlijk een pijp bier of, zooals het tegenwoordig gezegd wordt: een koud pijpje. In het dagboek van Gerrit de Veer, die deel uitmaakte van de groep manschappen, die met Heemskerck en Barents op Nova Zembla (in 1596—'97) overwinterde, staat...

Lees verder
2018
2022-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

pijp

pijp - zelfstandig naamwoord 1. langwerpige ronde koker ♢ de pijp van de kachel is verstopt 2. deel van de broek waar je been in moet ♢ de pijpen van die broek zijn te kort 3. ...

Lees verder
2017
2022-01-26
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Pijp

Pijp - (mar.) fles: een pijpje bier. Thans ruimer en buiten zeemanskringen verspreid.

1981
2022-01-26
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

PIJP

→ Parti pour la Liberté et le Progrès.

1979
2022-01-26
drank

Wijn & drank encyclopedie

Pijp

Een groot ovaal vat met wisselende inhoudsmaat al naar gelang het land, de streek of de inhoud. Het wordt vooral gebruikt voor Port. Hier volgen de meest gangbare inhoudsmaten van de pijpen:Madera: 4181. Marsala: 4231. Wijn: 477 1. Port en Tarragona: 523 1. Lissabon: 532 1. Douro-pijp: 600 1.; Lodge-pijp: 5501.

Lees verder
1977
2022-01-26
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

pijp

pijp - mann. lid; eig. ‘buisvormig voorwerp’ (ygl.fluit). Elc kappaert (= monnik. V.) een kapproentgen (= voorhuid. H.) heeft vooraen zijn pijp, Of t most hem afgecapt zyn naer de jootsche wet, J. van hout in Tijdschr. 35, 302 [1599]. Op de Ton-kruipery geschreven, ’t Was Leonora van (der) M(eyden) Die om de Pyp niet langer konde...

Lees verder
1973
2022-01-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

pijp

v./m. (-en), 1. (vero.) fluit, uit riet gemaakte herdersfluit; metalen of houten fluit; 2. (orgel) elk van de buizen waardoor de tonen worden voortgebracht; 3. holle ronde buis, m.n. bestemd om er vloeistoffen of gassen door te laten gaan: de pijp van een goot, waardoor het water afgevoerd wordt; schoorsteen: een schip met drie pijpen; 4. wat op ee...

Lees verder
1958
2022-01-26
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

PIJP

Gewone naam voor stenen boogbrug over vaarwater en stadsbinnengrachten; zo de Nijehuister-P. over de Peasens N. van Dokkum, de Amelands-P. te Lwd. zie Brug.

1954
2022-01-26
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Pijp

1e. de plaats waar een kanaal de stad binnen kwam; 2e. buiten de stad de naam van een vaste brug.

Lees verder
1952
2022-01-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Pijp

s., piip, pipe; Goudse —, lange piip, kalken piip; Duitse —, poeperoer (it); — met slap mondstuk, sloppe piip, slophier (it), slopke (it); korte aarden —, kalkeneintsje (it), smeugeltsje (it), stommeltsje (it), burdbaernderke (it); eenstoppen, piipstopje; een &...

Lees verder
1950
2022-01-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Pijp

v. (-en), 1. rietfluit, herdersfluit uit riet gemaakt; — metalen of houten fluit; (spr.) naar iemands pijpen dansen (oorspr. is dit het ww. pijpen), alles doen wat hij begeert; 2. als deel van een orgel: elk der buizen waardoor de tonen worden voortgebracht; 3. holle ronde buis, inz. bestemd om er vloeistoffen of gassen door t...

Lees verder
1949
2022-01-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Pijp

(buis), hol lichaam, gebruikt voor transport van vloeistoffen, gassen en dampen. Afhankelijk van haar bestemming worden P. vervaardigd van gietijzer, smeedijzer of staal, koper, brons, messing, lood, aluminium, asbestcement, enz.

1939
2022-01-26
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Pijp

Speen voor mannen. — Heethoofd.

Lees verder
1937
2022-01-26
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

pijp

v. pijpen (Lat. pipare = piepen: 1 muziekinstrument, dat door het blazen van lucht door een holle buis met openingen, tonen voortbrengt; fluit, vero. of gew.; orgelpijp; 2 holle, ronde buis inz. bestemd om vloeistoffen of gassen door te laten; 3 buisvormig voorwerp; 4 doorgang of gat, dat op een buis gelijkt; 5 bij verg. met een buis in verschillen...

Lees verder
1916
2022-01-26
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Pijp

Langwerpig smal vat voor wijn en olie, vooral in Spanje en Portugal. In Engeland : 1 pipe = 126 gallons = 572 L. In Spanje : 1 pijp = van 433 tot 482 L. In Portugal: 1 pijp = van 468 tot 532 L.

Lees verder
1916
2022-01-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Pijp

Pijp, - 1) lang smal vat, waarin vooral uit Spanje en Portugal wijn en olie verzonden wordt, zie ook PIPE. 2) zie DIATREMA.

Lees verder