Wat is de betekenis van Lekker?

2020
2021-01-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

lekker

Het begrip lekker heeft 6 verschillende betekenissen: 1) smakelijk. goed smakend; smakelijk. 2) aangenaam voor de reuk. aangenaam voor de reuk. 3) aangenaam voor het gevoel. aangenaam voor het gevoel. 4) verlekkerd. begeerte hebbend; verlekkerd; belust; gesteld. In de verbinding iemand lekker maken. 5) de z...

Lees verder
2020
2021-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

lekker

1) (19e eeuw) (vaak iron.) onaangenaam, beroerd, gemeen: 'lekkere jongen ben jij.' 'Dat is hier een lekkere boel'. • Nel had volkomen gelijk natuurlijk. Een lekkere jongen om in een gesticht te kruipen, die vader van ons, in een soort wanhoop over z'n weduwnaarschap! (Theo Thijssen: Het grijze kind. 1927) • Anders een lekkere jongen, die...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lekker

lekker - Bijvoeglijk naamwoord 1. aangenaam van smaak Uitdrukkingen en gezegden ♦ veilig en lekker gemakkelijk Antoniemen vies

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lekker

lekker - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: lek-ker 1. wat goed smaakt ♢ wat een lekkere appel is dat! 1. iemand lekker maken [zorgen dat hij ernaar verlangt] ...

Lees verder
2017
2021-01-25
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

lekker

zie soesah.

Lees verder
1998
2021-01-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Lekker

zie ook een lekkere druif: 1. eet ze-, eet smakelijk. Vgl. maf ze ‘slaap lekker’. Oorspr. studentenslang. 2. gaat-ie-, ironische vraag in de zin van ‘lukt het een beetje?’ Vooral populair onder hedendaagse jongeren. Als een vrouwelijke verdachte gefouilleerd moet worden door een agent, roept een toekijkende student: ‘Hé joh, ga je lekker? Mag je...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lekker

bn. en bw. (-der, -st), 1. aangenaam van smaak: hij houdt van een lekkere schotel; een hapje; lekkere honger, trek in iets lekkers; als predik. attr.: dat meisje kan — koken; (zegsw.) — is maar een vinger lang, d.i. zolang als het op de tong ligt (die een vinger lang is); in strikt subjectieve zin van wat bij iemand een aangename smaakg...

Lees verder
1921
2021-01-25
Levende taal

T. Pluim - 1921

Lekker

bijv. nw. door er gevormd van lekken, likken (zooals bitter van bijten, wakker van waken, enz). Het woord bet. dus letterlijk: wat men gaarne likt.

1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Lekker

zie Aangenaam.