Wat is de betekenis van Lekkertje?

2020
2021-02-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

lekkertje

1) (19e eeuw) (inf.) lieveling, schat. Reeds bij J. Kneppelhout (1860-1875). In de hedendaagse studententaal ook voor een lekker ding. (https://yoo.rs/studententaal-by-lissa, 27/08/2015) • Vooruit dan m'n lekkertje! Toe! nog'n stappie, diefie van m'n nachtrust; Kom, we benne d'r haast, snoepertje! (Justus van Maurik: Stille menschen. z.j. 1909...

Lees verder
2019
2021-02-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

lekkertje

lekkertje - Zelfstandignaamwoord 1. een aantrekkelijke jongedame of heer Hij wilde het lekkertje zoenen, maar ze was er niet van gediend en gaf hem een pets. Maar zelfs zij begon uit het niets over het ‘Portugese lekkertje’ . Met z’n onweerstaanbare licha...

Lees verder
2017
2021-02-25
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Lekkertje

Lekkertje betekent iets dat klein en lekker is. Voor sommigen is dat een snoepje, voor anderen - aldus Van Dale - 'een meisje of jonge vrouw', maar in het oostelijke gedeelte van Noord-Brabant wordt er ook een borrel mee aangeduid. Het is daar on- langs nog gehoord, in de vorm lekkerke. Een hoogbejaarde informant uit Goes schrijft: Jenever werd vro...

Lees verder
1973
2021-02-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lekkertje

o. (-s), 1. lieveling, schat: zo, -, ben je daar?; m.n. van kinderen gezegd; (ironisch) het is me een -, een allesbehalve lieve jongen; 2. snoepje.

1898
2021-02-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lekkertje

LEKKERTJE, m. en v. (-s), (gemeenz.) persoon dien wij lekker vinden zoo, lekkertje, ben je daar ?; — inz. van een meisje of jonge vrouw gezegd, (ook ironisch) ’t is me een lekkertje, een allesbehalve lieve jongen.

Lees verder