Synoniemen van gras

2019-12-08

gras

Een van de duidelijkst waarneembare geursensaties in sauvignon blanc. En dan vooral uit de Loire of Nieuw-Zeeland. In dat geval: in orde. Oppassen geblazen als u deze geur ook waarneemt in uw glas cabernet sauvignon of merlot. Daarvan zijn de druiven dan waarschijnlijk onrijp geplukt en dan valt een groene, vegetale wijn u ten deel.

2019-12-08

Gras

GRAS, o. zeker gewas, dat het begroeide oppervlak onzer weiden vormt: er is dit jaar veel gras; de koeien eten gras; — het land aan gras leggen, het met gras bezaaien, er grasland van maken; — het regent gras (of gras en boter), schertsend gezegd bij een malschen voorj aarsregen; — naar gras smaken, geen smaak hebben — hij is nog zoo groen als gras, in alles onervaren; — er geen gras over laten groeien, iets terstond ter hand nemen, niet uitstellen; — hij kan het gras hooren groeien,...

2019-12-08

Gras

Gras - marihuana. De term marihuana is eigenlijk een Spaanse meisjesnaam voor Marie-Jeanne of in het Engels Mary Jane. Onder deze naam is de drug ook bekend bij Engelssprekende gebruikers. Andere syn.: tea, love weed, texas tea, vipers weed, hay (marihuana is een kruid, vandaar), dagga ( = de Zuidafrikaanse benaming), mary, muggler (beginletter m).

2019-12-08

Gras

1. het - kunnen horen groeien,een hoge dunk van zichzelf hebben; zich veel inbeelden. Deze uitdr., die ironisch gebruikt wordt, is terug te voeren tot de Edda,de verzameling Oudnoorse heldenzangen en godenliederen uit de 13de eeuw, waarin verhaald wordt over Heimdall, de trouwe wachter der góden. Over hem wordt gezegd: ‘Hij behoeft minder slaap dan een vogel en ziet zowel bij dag als bij nacht honderd mijlen ver; hij hoort ook het gras op de aarde en de wol der schapen groeien.’ Ook in het...

2019-12-08

gras

gras - Zelfstandignaamwoord 1. (plantkunde) plantenfamilie omvattende gras (zie betekenis 2), graan, rijst, bamboe 2. bepaalde groep van soorten binnen die familie die gebruikt wordt in de tuin, op (sport)velden, in de wei...
Zie ook gräs

2019-12-08

gras

gras - zelfstandig naamwoord 1. groene plant met lange smalle blaadjes ♢ het weiland staat vol gras 1. hij laat er geen gras over groeien [hij haast zich ermee] 2. hem het gras voor de voeten wegmaaien [iets zeggen wat iemand anders had willen zeggen] 3. zo...

2019-12-08

Gras

Gras - meervoud grazen, landmaat in Groningen, 0,4 H.A.

2019-12-08

gras

gras - Plant van het genus Gramineae, met stengels met knopen, schedevormige bladeren en een aartje met zaadachtige korrels.

2019-12-08

Gras

Gras - → Grassen; Grazen.

2019-12-08

Gras

Winstgevend groen; zet zoden aan den dijk. — Hoewel geen kamerplant, wordt het ’t meest bij diners weggemaaid.