Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Gepubliceerd op 17-11-2021

Stikstof

betekenis & definitie

Symbool N, atoomgew. 14, is het element met rangnr 7 in het periodiek systeem. Het is een kleurloos en reukloos gas, dat het hoofdbestanddeel van de lucht vormt ca 80%i.

In gebonden toestand komt het voor in de chilisalpeter en in de dierlijke en plantaardige eiwitten. Ghem. is het bij gewone temp. niet aantastbaar. De luchts. vormde een tijdlang de grondstof voor de bereiding van salpeterzuur in die landen waar electrische stroom goedkoop is, daar s. zich onder de invloed van inductievonken met de zuurstof uit de lucht verbindt tot stikstofdioxyde (N02), dat weer met water salpeterzuur HNO3 levert. De directe synthese van ammoniak uit N2» en waterstof is technisch uitvoerbaar. Door N2 en waterstof bij ca 500°C en 100 at over een katalysator te leiden, ontstaat dan ammoniak (NH3). (zie Stikstoflbindingsbedrijf). Door de werking van de denitrificerende bacteriën, verbranding van planten- en dierenresten en, gedeeltelijk bij rottingsverschijnselen, komt s. weer in de atmosfeer, waaruit het door sommige planten, de leguminosen, in symbiose met bepaalde bacteriën weer kan worden geassimileerd, alsook door andere bacteriën zonder symbiose.S. behoort tot de z.g. bouwelementen van de plant en komt vooral voor in de eiwitten (ca 16%) (z. Plantenvoeding). Opgenomen in de ammoniumvorm, kan het direct bij de eiwitvorming worden verwerkt, het opgenomen nitraat daarentegen wordt via een aantal tussentrappen eerst tot de ammoniumvorm gereduceerd, alvorens het bij de eiwitopbouw betrokken kan worden. de vorming der eiwitten kan men zich als volgt voorstellen: bij de verademing van suikers ontstaan tussenproducten, bepaalde organische zuren, waarmee de door de plantenwortel opgenomen en tot ammoniak gereduceerde stikstof gebonden kan worden onder vorming van aminozuren. Deze aminozuren zijn de bouwstenen der eiwitten: ze worden door enzymen tot eiwitten gekoppeld. De eiwitten zijn zeer nauw bij de levensprocessen van het organisme betrokken, zodat men veel eiwitten, dus ook veel s. vindt, waar de levensprocessen zich het meest intensief voltrekken nl. vooral in de jonge plantendelen. Behalve in eiwitten komt s. voor in de alkaloïden. Dieren kunnen geen anorganische stikstofverbindingen benutten en assimileren de voor hun organisme onontbeerlijke s. alleen in de vorm van eiwitstoffen, die ze met hun voedsel opnemen.