Tabago betekenis & definitie

Tabago of Tobago, een Britsch West-Indisch eiland, is na Trinidad het zuidelijkste der Kleine Antillen, 5,65 □ geogr. mpl groot en telt ruim 17000 inwoners, meestal vrije en tot het Christendom behoorende Kleurlingen en Negers. Er zijn onderscheidene tot havens geschikte baaijen, alsmede heuvels ter hoogte van 650 Ned. el, die met vruchtbare dalen afwisselen. Tot de voortbrengselen behooren er inzonderheid suiker, rum en kokosnoten. Katoen, koffij en indigo worden er sedert geruimen tpd niet meer verbouwd.

Voorts groepen er allerlei soorten van Zuid-Europésche vruchten en groenten. Een groot gedeelte van den grond is er nog met bosch bedekt, en men heeft er tevens eene aanzienlijke veefokkerij. Men schat er de waarde van den jaarlijkschen uitvoer op één millioen en van den jaarlijkschen invoer op 720000 gulden. Het eiland staat onder het Britsch bestuur der Windward-eilanden, en de hoofdstad is Scarborough, op de zuidoostkust, met eenige vestingwerken, eene goede haven en 1500 inwoners. Tabago werd in 1498 door Columbus ontdekt. Later was het korten tijd eene bezitting der Nederlanders en behoorde vervolgens bij afwisseling aan de Franschen en Engelschen, totdat het in 1803 voor goed aan Engeland werd toegekend. De opheffing der slavernij was er in 1830 aanvankelijk een gevoelige slag voor de welvaart der slavenhouders, doch deze heeft zich na dien tijd geleidelijk weder ontwikkeld.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018