Kleur betekenis & definitie

Kleur noemt men een bepaalden indruk op het gezigtsorgaan, veroorzaakt door de trillingen van den aether; het verschil van kleur ontstaat daarbij door de verschillende lengte der trillingsgolven.

Men noemt haar ook wel den toestand van een ligchaam, welke het in staat stelt om van het daarop vallende, kleurlooze zonnelicht slechts trillingen van bepaalde golflengten terug te kaatsen of door te laten. Zelfstandigheden, welke deze eigenschap in hooge mate bezitten, dragen den naam van kleur- of verfstoffen. Men onderscheidt de kleuren in hoofdkleuren en zamengestelde kleuren. Houdt men geene rekening met de optische theorie, welke de 6 kleuren van den regenboog als hoofdkleuren aanneemt, dan zijn deze: wit, rood, blaauw, geel en zwart, want daaruit kan men groen, violet (paars), oranje en bruin zamenstellen. Daarenboven kan men aan elke hoofdkleur door bijvoeging van andere eindeloos vele schakéringen (nuances) bezorgen, die desgelijks weder met bepaalde namen bestempeld worden. Zie ook onder Coloriet.