Wat is de betekenis van Kleur?

2024-02-24
Ensie Encyclopedie

Redactie Ensie (2022)

Kleur

Kleur is een natuurkundig verschijnsel. Wanneer zonlicht op een driehoekig geslepen glas ofwel prisma schijnt, kan het menselijk oog alle kleuren tegelijk zien. Wit licht dat gebroken wordt door een prisma splitst zich in de zeven regenboogkleuren, van buiten naar binnen gezien zijn dit de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet....

2024-02-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

kleur

kleur - Zelfstandignaamwoord 1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht kleur - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren ♢ Ik kleur 2. gebiedende wijs van kleuren kleur! 3....

2024-02-24
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

kleur

Waargenomen eigenschappen die het resultaat zijn van het reageren van de visuele zintuigen op de golflengte van weerkaatst of overgebracht licht. De belangrijkste kleurdimensies zijn de variabelen of kenmerken kleurschakering, tint en intensiteit. Zie 'kleuren' voor afzonderlijke chromatische kleuren en achromatische kleuren of neutrale k...

2024-02-24
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

kleur

kleur - zelfstandig naamwoord 1. zwart, wit, geel, rood, blauw of een mengsel daarvan ♢ welke kleur hebben die gordijnen? 1. hij heeft niet veel kleur [ziet er ziek uit] 2. kleu...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-24
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

kleur

1. Elk van de vier groepen van dertien kaarten uit het spel, d.w.z. schoppen, harten, ruiten en klaveren. 2. Het specifieke bezit van een speler in een kleur. In uitdrukkingen als ‘een goede kleur’, ‘een lange kleur’, ‘een lege kleur’ e.d. Zie ook: speelsoort

2024-02-24
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

kleur

in: kleur houden, voet bij stuk houden: Sodemieter nou maar vlug op, want mijn hoofd staat niet naar dat geouwehoer. De chauffeur hield echter kleur. ‘Meneer ik heb een gezin en deze rit moet betaald worden’, BOTING1 72.

2024-02-24
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Kleur

1. - bekennen, voor zijn homoseksuele geaardheid uitkomen. Syn. uit de kast komen. Joustra: ‘Scheldwoorden en schuttingtaal. Supplement bij het Homoerotisch Woordenboek’, Homologie 1990-4. 2. - houden, Bargoense uitdr. voor ‘blijven ontkennen’. Vermeld door Koster Henke.

2024-02-24
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Kleur

1. Het licht van de zon en dat van veel kunstmatige lichtbronnen bestaat uit een mengsel van licht van verschillende golflengten; zie spectrum. Licht van een bepaalde golflengte geeft op ons netvlies een indruk die door onze hersenen als kleur wordt herkend. Een andere golflengte betekent dus een andere kleur; 2. verschillende stoffen bezitten de...

2024-02-24
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

kleur

In de verb. (goed, slecht) uit de kleuren komen, uit de verf komen. De Stars and Stripes komen er niet qoed uit de kleuren met slechts één finalist, Jimmy Connors, alhoewel de aanrollende jeugd een gewaardeerde reserve zal uitmaken voor de komende jaren in het gecommercializeerde tenniscircus, Gazet v. Antw. 4/7/1977. ...

2024-02-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

kleur

zie krek

2024-02-24
Lexicon van de Psychologie

N. Sillamy (1965)

KLEUR

kwalitatieve indruk op het oog als gevolg van licht. De gerieflijkheid van een lokaal wordt vergroot door de vlakken ervan en de voorwerpen die erin opgesteld staan met overleg te schilderen. Over het algemeen is het onderstel van machines grijs, terwijl de hoofdorganen bijv. chamois zijn om duidelijk zichtbaar te zijn en de aandacht van de werknem...

2024-02-24
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

kleur

(de), (ook, als goudzoekersterm:) gefinge hoeveelheid stofgoud in het kruit. Al wat gevonden? Goud bedoel ik. Een beetje kleur, meer niet, was het antwoord (Buther 1960: 111). - Etym.: De aanwezigheid verraadt zich door de contrasterende kleur. -: zie goede, slechte kleur.

2024-02-24
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

kleur

indruk deur oog opgevang weens ligweerkaatsing van voorwerp; kleurstof; gelaatskleur; opinie; rooi as iem. bloos; elk v/d vier soorte speelkaarte; gekleur, van kleur(e) voorsien; verf; bloos; kleur kry.

2024-02-24
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Kleur

s., kleur; vanverschieten, forblikke, forblikje, foroarje; eenkrijgen, in kaem, kleur krije, sette, sjitte, in (reade) holle krije; hij krijgt een vuurrode —, de kleur slacht him út, de kleuren slane him út.

2024-02-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kleur

v. (-en), 1. (in ’t alg.) de bijzondere eigenschap der dingen, van het licht dat er op of door valt slechts stralen van een bepaalde, voor iedere stof karakteristieke golflengte terug te kaatsen of door te laten: ons oog onderscheidt vorm en kleur; 2. elk der bestanddelen waarin wit (kleurloos) licht kan worden ontleed, alsook de mengi...

2024-02-24
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Kleur

(1) (natuurk.), effect dat ontstaat, doordat een voorwerp het opvallende licht, afhankelijk van de daarin aanwezige golflengtes, min of meer diffuus terugkaatst; een gedeelte van het licht wordt geabsorbeerd. Bij wit licht is de kleur van het geabsorbeerde licht complementair aan de kleur van het teruggekaatste; (2) ontstaat bij dieren op verschill...

2024-02-24
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

KLEUR

(1) …tekst ontbreekt (2, dierkunde) ontstaat op zeer veel verschillende wijzen. Vaak treden in de weefsels bepaalde kleurstoffendragers (chromatophoren, kleine gekleurde korrels) op; bij dieren met veranderende kleuren (inktvis, kameleon) liggen deze in beweeglijke cellen, zodat zij hun kleur kunnen vertonen of terugtrekken. Soms zijn...

2024-02-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

kleur

v. -en, kleurtje (1 indruk, die het oog krijgt, door terugkaatsing van hellicht door een voorwerp: 2 gelaatskleur; 3 blos; 4 kenteken ener partij; de partij zelf; richting): 1. de schone kleur van een schilderij, koloriet; de zeven kleuren van de regenboog; een kleur (of: kleurtje) aan iets geven, (valse) schijn, uiterlijk, glimp; iets met levendig...

2024-02-24
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Kleur

de indruk, door bepaalde lichtslralen v/e voorwerp oJh netvlies v/h oog gemaakt; wordt veroorzaakt door trillingen, v. welker → frequentie en → golflengte de k. afhangt. Het witte zonlicht bestaat u/e mengsel v. kleuren v. verschill. golflengte, waarin het d/e → prisma wordt ontleed. Ons oog neemt alleen licht waar m/e golflengte v....

2024-02-24
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Kleur

1° (Natuurk.). Aan de lichamen rondom ons nemen wij vorm en helderheid waar en bovendien krijgt men een gewaarwording, die men de „kleur” noemt. Voor de physische verklaring van deze waarneming wordt hier eerst het spectrum van wit licht (bijv. zonlicht) beschouwd (➝ Dispersie). Hierin neemt het normale oog 7 primaire kleuren waar i...