Wat is de betekenis van Kleur?

2021
2021-09-26
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Kleur

Kleur is een natuurkundig verschijnsel. Wanneer zonlicht op een driehoekig geslepen glas ofwel prisma schijnt, kan het menselijk oog alle kleuren tegelijk zien. Wit licht dat gebroken wordt door een prisma splitst zich in de zeven regenboogkleuren, van buiten naar binnen gezien zijn dit de kleuren rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet....

Lees verder
2019
2021-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

kleur

kleur - Zelfstandignaamwoord 1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht kleur - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren ♢ Ik kleur 2. gebiedende wijs van kleuren kleur! 3....

Lees verder
2018
2021-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

kleur

kleur - zelfstandig naamwoord 1. zwart, wit, geel, rood, blauw of een mengsel daarvan ♢ welke kleur hebben die gordijnen? 1. hij heeft niet veel kleur [ziet er ziek uit] 2. kleu...

Lees verder
2014
2021-09-26
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

kleur

in: kleur houden, voet bij stuk houden: Sodemieter nou maar vlug op, want mijn hoofd staat niet naar dat geouwehoer. De chauffeur hield echter kleur. ‘Meneer ik heb een gezin en deze rit moet betaald worden’, BOTING1 72.

1998
2021-09-26
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

kleur

1. Elk van de vier groepen van dertien kaarten uit het spel, d.w.z. schoppen, harten, ruiten en klaveren. 2. Het specifieke bezit van een speler in een kleur. In uitdrukkingen als ‘een goede kleur’, ‘een lange kleur’, ‘een lege kleur’ e.d. Zie ook: speelsoort

Lees verder
1998
2021-09-26
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Kleur

1. - bekennen, voor zijn homoseksuele geaardheid uitkomen. Syn. uit de kast komen. Joustra: ‘Scheldwoorden en schuttingtaal. Supplement bij het Homoerotisch Woordenboek’, Homologie 1990-4. 2. - houden, Bargoense uitdr. voor ‘blijven ontkennen’. Vermeld door Koster Henke.

Lees verder
1981
2021-09-26
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Kleur

1. Het licht van de zon en dat van veel kunstmatige lichtbronnen bestaat uit een mengsel van licht van verschillende golflengten; zie spectrum. Licht van een bepaalde golflengte geeft op ons netvlies een indruk die door onze hersenen als kleur wordt herkend. Een andere golflengte betekent dus een andere kleur; 2. verschillende stoffen bezitten de...

Lees verder
1980
2021-09-26
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

kleur

zie krek

1973
2021-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

kleur

v./m. (-en), 1. tint, bijzondere kwaliteit in de visuele waarneming van een lichtbron of voorwerp (naast b.v. de helderheid ervan), fysisch herleidbaar tot de spectrale samenstelling van het uitgezonden of weerkaatste licht; het oog onderscheidt vorm en —; 2. elk van de bestanddelen waarin licht kan worden ontleend, b.v. met behulp van een p...

Lees verder
1965
2021-09-26
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

KLEUR

kwalitatieve indruk op het oog als gevolg van licht. De gerieflijkheid van een lokaal wordt vergroot door de vlakken ervan en de voorwerpen die erin opgesteld staan met overleg te schilderen.

1952
2021-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Kleur

s., kleur; vanverschieten, forblikke, forblikje, foroarje; eenkrijgen, in kaem, kleur krije, sette, sjitte, in (reade) holle krije; hij krijgt een vuurrode —, de kleur slacht him út, de kleuren slane him út.

1950
2021-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Kleur

v. (-en), 1. (in ’t alg.) de bijzondere eigenschap der dingen, van het licht dat er op of door valt slechts stralen van een bepaalde, voor iedere stof karakteristieke golflengte terug te kaatsen of door te laten: ons oog onderscheidt vorm en kleur; 2. elk der bestanddelen waarin wit (kleurloos) licht kan worden ontleed, alsook de mengi...

Lees verder
1949
2021-09-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Kleur

(1) (natuurk.), effect dat ontstaat, doordat een voorwerp het opvallende licht, afhankelijk van de daarin aanwezige golflengtes, min of meer diffuus terugkaatst; een gedeelte van het licht wordt geabsorbeerd. Bij wit licht is de kleur van het geabsorbeerde licht complementair aan de kleur van het teruggekaatste; (2) ontstaat bij dieren op verschill...

Lees verder
1933
2021-09-26
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Kleur

de indruk, door bepaalde lichtslralen v/e voorwerp oJh netvlies v/h oog gemaakt; wordt veroorzaakt door trillingen, v. welker → frequentie en → golflengte de k. afhangt. Het witte zonlicht bestaat u/e mengsel v. kleuren v. verschill. golflengte, waarin het d/e → prisma wordt ontleed. Ons oog neemt alleen licht waar m/e golflengte v....

Lees verder
1933
2021-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Kleur

1° (Natuurk.). Aan de lichamen rondom ons nemen wij vorm en helderheid waar en bovendien krijgt men een gewaarwording, die men de „kleur” noemt. Voor de physische verklaring van deze waarneming wordt hier eerst het spectrum van wit licht (bijv. zonlicht) beschouwd (➝ Dispersie). Hierin neemt het normale oog 7 primaire kleuren waar i...

Lees verder
1928
2021-09-26
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Kleur

„Wat is de natuur toch mooi!”, roepen wij wel eens uit, wanneer we op een lentemorgen het jonge groen der bomen en der weilanden zien en daartussen de rode, gele, blauwe en witte bloemen, schitterend in het gouden licht van de morgenzon. Er zijn slechts weinig mensen, die niet gevoelig zijn voor het kleurenspel van den regenboog, die zi...

Lees verder
1916
2021-09-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Kleur

Kleur - Physiologische indruk, dien electromagnetische straling van zekere golflengte op het oog maakt. Deze indruk is tot een beperkt gebied van golflengten beperkt. De grootste golflengte, die wij nog als rood licht waarnemen, ligt tusschen 700 en 800 millimikron (u pi). Hierop volgen de verschillende kleuren van het spectrum, totdat bij de golfl...

Lees verder
1900
2021-09-26
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

kleur

Waargenomen eigenschappen die het resultaat zijn van het reageren van de visuele zintuigen op de golflengte van weerkaatst of overgebracht licht. De belangrijkste kleurdimensies zijn de variabelen of kenmerken kleurschakering, tint en intensiteit. Zie 'kleuren' voor afzonderlijke chromatische kleuren en achromatische kleuren of neutrale k...

Lees verder
1898
2021-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Kleur

KLEUR, v. (-en), indruk dien het oog krijgt van het licht dat door een voorwerp wordt teruggekaatst: de zeven kleuren van den regenboog; eene roode, blauwe kleur; zachte kleuren; schelle, schreeuwende kleuren; deze kleur verschiet; — (spr.) hij oordeelt er over als een blinde over de kleuren, zie blinde; — (fig.) hij wist alles met de...

Lees verder
1870
2021-09-26
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Kleur

Kleur noemt men een bepaalden indruk op het gezigtsorgaan, veroorzaakt door de trillingen van den aether; het verschil van kleur ontstaat daarbij door de verschillende lengte der trillingsgolven. Men noemt haar ook wel den toestand van een ligchaam, welke het in staat stelt om van het daarop vallende, kleurlooze zonnelicht slechts trillingen van be...

Lees verder