H betekenis & definitie

H, de achtste letter van ons alphabeth, de vijfde in het Phoenicische, is eigenlijk slechts eene uitademing (aspiratie). De Grieken hadden voor haar geen afzonderlijk letterteeken, maar wezen haar aan door een haakje ('), hetwelk zij spiritus asper (scherpe aanblazing) noemden. De Italianen hebben het letterteeken wél, maar laten het nooit hooren, en bij de Franschen, die het ook bezitten, is zulks slechts zelden het geval. In het Spaansch is de oorspronkelijke ƒ van sommige woorden door de h vervangen, zoodat men hidalgo, enz. schrijft in plaats van het verouderde fidalgo.

In het middel-Germaansch vindt men de h wel eens vóór de letters l m r, zooals in de namen Hlotarius, Hrabanus, terwijl zij in het tegenwoordig Hoogduitsch veelal dient, om een klinker te verlengen. In het Nederlandsch is aan het letterteeken zijne eigenaardige aspiratie verbonden. Voorheen diende de h veelal tot versterking van de g in gheloof, gheluyt enz. Opmerkelijk is het, dat de bewoners van sommige oorden in ons Vaderland, zooals in Zeeland, te Gouda en vooral in de Groninger Veenkoloniën, de aspiratie weglaten van de woorden, welke met eene h aanvangen en ze daarentegen laten hooren bij de woorden, welke met een klinker beginnen. Als scheikundig teeken beduidt H hydrogenium (waterstof). Als Romeinsch cijfer beteekent H 200, — voorts in Romeinsche opschriften en op munten heeft deze letter de beteekenis van Honestus, Hic, Haeres, Hora, Hadrianus enz. Op geneeskundige recepten beduidt zij herba of hora. In de muziek is h de zevende diatonische trap van ons modern toonstelsel of de 12de snaar van den diatonisch-chromatischen toonladder (zie Toonaard).

Laatst bijgewerkt 08-08-2018