Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 20-08-2018

Spiritus

betekenis & definitie

Spiritus is een Latijnsch woord, hetwelk het waaijen van den wind of den ademtogt, en alzoo het inwendig leven (den geest) beteekent, — voorts al wat fijn, dun-vloeibaar en vlugtig is, wat prikkelend en levenwekkend op het ligchaam werkt, alzoo ook het vlugtig bestanddeel van den wijn (wijngeest), alsmede van verschillende andere stoffen, in de apotheek onder den naam van spiritus bekend, zooals spiritus vini reetificatus (7 deelen alkohol en 3 deelen water), spiritus aethereus (Hoffmann’s droppels), spiritus nitri dulcis (zoeten salpetergeest) enz. — In de Grieksche spraakkunst is spiritus asper en lenis eene sterke of zwakke aanblazing, inzonderheid van klinkers. — Gewoonlijk evenwel geeft men den naam van spiritus aan min of meer zuiveren alkohol, uit suikerhoudende vloeistoffen door gisting en destillatie verkregen. Te voren was de spiritusbereiding hoofdzakelijk brandewijnstokerij; maar thans zoekt men een destillaat te verkrijgen, dat meer alkohol bevat. Men bereidt spiritus van graan, namelijk: van rogge, tarwe, gerst, maïs en rijst. Men vormt van het verbrijzeld graan met mout en warm water een deeg, om door middel van de in het mout aanwezigde diastase het zetmeel van het graan om te zetten in suiker, waarna men een en ander snel af koelt, in kuipen brengt en met gist aan het gisten brengt.

Drie dagen daarna is het mengsel gereed. Bezigt men aardappelen, dan worden deze door middel van stoom gekookt, fijn gemaakt, met mout en water vermengd, om evenals bij de granen het zetmeel om te zetten. Op dergelijke wijze bereidt men suikerhoudende vloeistoffen van hout, mos enz. Suikerwortels, sorghumen meloenen leveren voorts eene suikerhoudende vloeistof, welke men terstond aan het gisten kan brengen. Ook wordt veel spiritus uit wijn verkregen. Het mengsel, dat wij hierboven gereed noemden, wordt daarop gedestilleerd en de bij lagere temperatuur in damp opstijgende alkohol vervolgens door afkoeling weder in een dropvormig-vloeibaren toestand gebragt, terwijl er eene alkoholvrije vloeistof achterblijft.

Destilleert (rectificeert) men dezen altijd eenig water houdenden alkohol nogmaals, dan erlangt men nog zuiverder alkohol. Thans evenwel gebruikt men een zamengestelden toestel (van Pistorius, Siemens, Gall enz.), die reeds bij de eerste destillatie den alkohol grootendeels van het water scheidt en spiritus van ongemeene zuiverheid levert. Bij de gisting ontstaat naast alkohol en koolzuur ook foeselolie, die bij de destillatie en rectificatie wel grootendeels, maar niet geheel en al van den spiritus verwijderd wordt. Om haar weg te nemen, behandelt men den spiritus met houts-, turf- of beenderenkool, die de foesel-olie absorbeert, of met chloorkalk, zwavelzuur en azijnzuur, om de kwalijkriekende foesel-olie in welriekende aethersoorten te veranderen. Men verkijgt gewoonlijk van 100 Ned. pond gerst 44,64, — van zooveel tarwe 49,22, — van zooveel rogge 45,80, — van zooveel aardappelen 18,32 Ned. kan spiritus van 50° Tr. Zie voorts onder Alkohol.