Amnestie betekenis & definitie

Amnestie is afkomstig van een Grieksch woord, dat “uit het geheugen wegwisschen” of “vergeten” beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt voor vergiffenis, waarbij eene werkelijke of gewaande overtreding vergeten wordt. Eene regéring verleent amnestie, wanneer zij vergrijpen, door ingezetenen des lands tegen haar gepleegd, als niet gebeurd beschouwt, zoodat de daders — gewoonlijk onder bepaalde voorwaarden — van alle regtsvervolging ontslagen worden en gerust binnen de grenzen kunnen terugkeeren, indien zij de wijk genomen hebben naar elders.

Amnestie onderscheidt zich van genade-verleening of strafkwijtschelding doordien deze laatste steeds na een regterlijk onderzoeken na een uitgesproken vonnis plaatsheeft, hetgeen in den regel niet het geval is bp amnestie. Daarenboven bepaalt deze zich tot staatkundige misdrijven, bijvoorbeeld opstand tegen de gevestigde magt, desertie in massa, zamenzweringen enz. De amnestie kan eene algemeene of gedeeltelijke, eene vrijwillige of afgeperste, eene voorwaardelijke of onvoorwaardelijke wezen. De algemeene omvat alle personen, die zich aan een bepaald staatsmisdrijf hebben schuldig gemaakt, — de gedeeltelijke zondert er sommige — bijvoor-beeld de aanvoerders — van uit. Geheel vrijwillige amnestiën zoekt men in de Oude geschiedenis te vergeefs en komen ook in de Nieuwe niet dikwijls voor, — zij worden doorgaans afgeperst door de omstandigheden, vooral door eene zekere staatsmanswijsheid, die naar de volksgunst jaagt. Voorwaardelijke amnestiën zijn zoodanige, die van hen, waarop zij betrekking hebben, eene zekere daad of belofte vorderen, bijvoorbeeld het aanvragen van vergiffenis of den eed van trouw aan het amnestie-verleenend bewind.

Het eerste voorbeeld eener amnestie vinden wij te Athene na den val der 30 tirannen, toen er op raad van Thrasybulus een besluit genomen werd, dat niemand wegens voormalige staatkundige misdrijven aangeklaagd of gestraft zou worden. Bij de Romeinen komt eene eigenlijke amnestie eerst onder Caesar voor, die na den slag bp Munda (45 vóór Chr.) vergiffenis schonk aan allen, die tegen hem de wapenen hadden opgevat. Voorts schonk de Romeinsche senaat, op aandringen van Cicero, amnestie aan allen, die tegen Caesar hadden zaamgezworen, — keizer Claudius aan hen, die na den dood van Caligula tegen hem als opvolger gestemd hadden, en Aurelianus aan degenen, die zich tijdens zijne regéring aan staatkundige misdrijven hadden schuldig gemaakt — maar... niet zonder zekere beperking.

Tot de belangrijkste amnestiën van den nieuweren tijd behoorden die, welke op den Religie-vrede te Passau (1522) en den Munsterschen vrede (1648) volgden. Ook de Religie-vrede in Frankrijk (1570) was eene amnestie, welke door den Bartholomaeus-nacht geschonden werd. In Engeland werd bij de restauratie van Karel II (1660) eene algemeene amnestie uitgevaardigd, van welke alleen de regters van Karel I waren uitgesloten. Vooral de Fransche revolutie van het laatst der vorige eeuw telt een groot aantal amnestiën. De bovendrijvende partij sprak ze uit, om zich straffeloos te kunnen bewegen. Napoleon I schonk aan hen, die in 1814 tot den val van den keizerlijken troon hadden medegewerkt, den 12den Maart 1815 uit Lyon eene amnestie, waarvan slechts 13 personen, waaronder zich Talleyrand, Bourrienne en de hertog van Dalberg bevonden, waren uitgezonderd. Na de tweede restauratie werd eerst den 12den Januarij 1816 volkomen amnestie toegezegd aan hen, die de heerschappij van Napoleon I hadden ondersteund, doch ook hierbij werden onderscheidene personen uitgesloten.

Wij zien het aantal amnestiën toenemen na 1830 en vooral na 1848. In Duitschland openbaarde men sedert 1842 te vergeefs den wensch, dat door den Bondsdag eene alge- meene amnestie mogt worden verleend. In het Frankforter Parlement; werd in 1848 door de linkerzijde herhaaldelijk aangedrongen op het uitvaardigen eener algemeene amnestie; de meerderheid was van gevoelen, dat die zaak aan de verschillende regeringen moest worden overgelaten. Onder die, welke er hebben geschonken, behooren: Pruissen, die den 10den Augustus 1840, niet lang na de troonsbeklimming van Friedrich Wilhelm, eene gedeeltelijke, den 20sten Maart eene alge-meene, den 9den October voor staatsmisdrijven in Polen, en in 1861 een vrijalgemeene uitvaardigde, — Oostenrijk, dat er den 21sten Maart 1848 eene schonk aan allen, die zich in de Duitsche gewesten aan politieke misdrijven hadden schuldig gemaakt, behalve aan militairen — eene uitzondering, die eene maand later werd opgeheven, — Beijeren den 3den April 1848 bij de troonsbeklimming van koning Max, en den 23sten December 1849 voor misdrijven, die in de Pfalz waren gepleegd, — Hannover in Augustus 1848 voor de volgelingen van Hecker en in 1850 voor de ingezetenen, die in den opstand in Baden betrokken waren geweest, — Würtemberg, dat reeds den 25sten September 1841 eene algemeene amnestie en den 25sten April 1848 eene voor bosch- en jagt-delicten verleende, — Saksen, waar in Maart 1849 eene voor jagt-overtredingen werd geschonken en eerst na onderzoek eene voor de staatkundige woelgeesten van 1848 en 1849, — Baden, dat den 18den Maart 1848 eene algemeene amnestie verleende en in een paar latere eenige uitzonderingen maakte, — voorts onderscheidene kleine staten van Duitschland. Ook in Italië komt het schenken van amnestie gedurig voor, zooals in het Lombardisch- Venetiaansch koningrijk reeds den 1sten September 1838 en den 12den Augustus 1849,— in het koningrijk Sardinië in 1839, in 1848 voor Genua en in 1849 voor Sardinië, — in de kleinere staten, zoo als Toscane, Parma, Modena en den Kerkelijken staat, alsmede in Napels en in Sicilië. In Hongarije, Zwitserland, Denemarken, Portugal en Spanje werden amnestiën uitgevaardigd vooral ten behoeve van hen, die in het jaar 1848 de volksbeweging hadden begunstigd. In Frankrijk werd in 1848 bij het openen der Nationale Vergadering aan vele politieke overtreders, vooral van 1839, en ook aan gewone misdadigers amnestie verleend. In 1849 werd er vergiffenis geschonken aan hen, die aan den Junij-opstand des vorigen jaars hadden deel genomen. De vele veroordeelden bij den coup d’état van 2 December 1851 moesten lang vruchteloos uitzien naar eene amnestie. Wél werd bij het huwelijk van Napoleon III (1853) aan 4- tot 5000 vergiffenis geschonken, doch eerst bij de geboorte van den kroonprins (1856) werd er eene soort van amnestie uitgevaardigd, en in 1859 en 1869 eene algemeene, tegen welke vele betrokkene personen in verzet kwamen.

Ook in de Donau-vorstendommen, in de Ionische republiek, in Griekenland en in Rusland heeft de regering, een twintigtal jaren geleden, amnestie verleend. Wij achten ons gelukkig te kunnen zeggen, dat zij in ons Vaderland onnoodig was, omdat een ridderlijke koning in die dagen door het welwillend toestaan eener grondwetsherziening alle aanleiding tot een opstand heeft weg-genomen.

Met den naam van amnestie bestempelt men ook wel de overeenkomst van twee of meer mogendheden, om bij het sluiten van den vrede alles te vergeten, wat zij in den oorlog tegen elkander ondernomen hebben. Hierdoor wordt perk gesteld aan alle wedervergelding en wraak.

Laatst bijgewerkt 14-11-2017