Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WIJZEN

betekenis & definitie

WIJZEN, (wees, heeft gewezen), toonen, aantoonen, doen zien, laten zien : iem. iets met den vinger wijzen; de barometer wijst mooi weer; de magneetnaald wijst naar het noorden, staat in de richting naar het noorden ;

— het kompas wijst den zeelieden den weg op zee, geeft hun de richting aan ;
— (fig.) iem. de deur (of het deurgat, het vierkante gat) wijzen, hem te kennen geven, dat hij vertrekken moet;
—onderrichten; terechthelpen: ik zal hem wijzen, hoe hij doen moet;
— men heeft mij aan u gewezen, tot u verwezen ;
— iets van de hand wijzen, verwerpen ;
— vellen, uitspreken (een vonnis); in staat van wijzen zijn (van eene bij de wetgevende macht aanhangige wetsvoordracht), voor de openbare behandeling genoeg voorbereid.