Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

WEES

betekenis & definitie

WEES - m. en v. (weezen), WEEZE, v. (-n), kind dat vader of moeder of beiden verloren heeft: heele of halve weezen, die beide ouders of één van beide verloren hebben: vaderlooze wees, moederloozewees. WEESJE, o. (-s), jonge wees.