Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-03-2020

Term

betekenis & definitie

Het begrip term heeft 2 verschillende betekenissen:

1. term - term - m. (-en), woord, uitdrukking (inz. in eenig vak van kunst of wetenschap gebezigd): technische termen;
— onder bedekte termen iets meededen, het niet ronduit vertellen;
— in algemeene termen spreken, met algemeene woorden, uitdrukkingen die de begrippen niet scherp omlijnen;
— korte volzin: volgens de termen der wet, naar de wet luidt;
— hij valt niet in de termen, hij behoort niet tot dezulken, die...; (ook) komt daarvoor niet in aanmerking;
— zeker tijdsverloop, termijn: de U gestelde term is verstreken;
— grensscheiding;
— (rekenk.) samenstellend deel eener reeks door het teeken + of
— gescheiden;
— stelling (eener sluitrede : eene sluitrede bestaat uit 3 termen;
— beweegreden.

2. term - term - m. (-en), (zeew.) tarm, zeker houtwerk.