Kunst betekenis & definitie

KUNST, v. (-en), het kunnen, de door oefening verkregen vaardigheid, om iets te verrichten of tot stand te brengen hij verstaat de kunst van schermen, zwemmen; hij verstaat de kunst, om met menschen om te gaan, om geld bijeen te krijgen; kunst wordt door oefening verkregen; oefening baart kunst, door oefening verkrijgt men vaardigheid; den boeren, iem. de kunst afkijken; — hebben is hebben, maar krijgen is de kunst, het is veel moeilijker iets te verkrijgen dan in het bezit ervan te blijven; kennis toegepast op het dagelijksch leven, bekwaamheid, kunstvaardigheid, talent; de steen is met veel kunst gezet; dat is geen kunst; daar is niet veel kunst voor noodig; dat is juist de kunst; — handigheid, behendigheid kunsten maken, kunsten vetoonen; de kunsten van een goochelaar; kunstjes met de kaart; — (Zuidn.) iem. de kunst geven. hem uitdagen iets te verrichten; — in ongunstige opvatting: list, bedriegelijke voorspiegelingen, slechte gewoonte: bij mij moet gij met die kunsten niet aankomen; ik zal hem die kunsten wel afleer en; dat zijn maar kunsten, maar fratsen, daar meent men niets van; — (ook) wetenschap de zeven vrije kunsten; en weer zocht de arme kunst naar 't kruid, dat nergens wast op aard; — zwarte kunst, tooverkunst, geestenbezwering; — wat door menschen is gemaakt, in tegenst. met de natuur of het natuurlijke: werken van kunst; is deze grot een werk der kunst of een gewrocht der natuur ?; haar geheele manier van zijn is kunst, geen natuur; — het vermogen in den rnensch om de indrukken, die op zijne zintuigen of op zijn geest en gemoed worden gemaakt, in hoorbare en zichtbare vormen weer te geven de schoone kunsten, dichtkunst, toonkunst enz.; de beeldende kunsten, de schilder- en beeldhouwkunst: hij doet veel voor de, kunst; geschiedenis van kunsten en wetenschappen; groote kunst, het behandelen van grootsche, indrukwekkende onderwerpen; kleine kunst, het behandelen van kleine of eenvoudige onderwerpen; — volgens de regelen der kunst; (fig.) de kunst loopt thans om brood, de kunstenaar heeft moeite, om zijn brood te verdienen. KUNSTJE, o. (-s), kleine kunst; goocheltoer.