Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 29-11-2018

Schildknaap

betekenis & definitie

Schildknaap - m. (...knapen), (in de middeleeuwen) jonker die onder leiding en in dienst van een ridder zijne opleiding tot krijgsman genoot;

...KNOOP, m. (-en), (zeew.) knoop in een touw, die als een schild dient om het schieten van het touw door een gat tegen te gaan;
...KORSTDIER, o. (-en), zekere diersoort;
...KRAAKBEEN, o. -deren), (ontl.) schildvormig kraakbeen van het strottenhoofd;
...KRAB, v. (-ben), eene soort van krab (pagurus);
...KRUID, o. wilde mosterd (zeker gwas);
...LUIZEN, v. mv. eene familie (coccus) van halfvleugelige insecten, waartoe behooren de cochenille-insecten, de kermes der Arabieren, het insect van het gomlak, de oranjeschildluis, de wijngaardschildluis enz.;
...MOS, o. zekere plant (peltigera);
...MOT, v. (-ten), kleine nachtvlinder, voorvleugels roestbruin, achtervleugels donkerbruin met lichteren rand (cochlidion limacodes), waarvan de rups op eiken en beuken leeft;
...MUUR, m. (...muren), frontmuur van eene kazemat;
...NAVEL, m. (-s), (wapenk.) onderste punt van een wapen.