Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 22-11-2018

2018-11-22

Portret

betekenis & definitie

Portret - o. (-ten), beeltenis, afbeelding van een persoon, waarbij de gelaatstrekken als hoofdzaak beschouwd worden, inz. eene geschilderde afbeelding : zijn portret laten maken, laten vergrooten; iemands portret teekenen;

— een portret ten voeten uit, in tegenstelling met eene buste;
— een welgelijkend portret, dat goed gelijkt op het model;
— een geflatteerd of gevleid portret, dat de gebreken van het model zoo weinig mogelijk doet uitkomen;
— een sprekend portret, van eene treffende gelijkenis;
— afbeelding met behulp der photographie : iemands portret in kooldruk;
— inz. eene buste; buste in basreliëf : in den voorgevel waren de portretten van alle graven en gravinnen aangebracht;
— (fig.) persoonsbeschrijving: ik zal u zijn portret teekenen; portretten der Nederlandsche letterkunde;
— (gew.) mensch met betrekking tot zijne gelaatstrekken; een. leelijk portret van een wijf;
— (gew., flg.) vrouwspersoon (gewoonlijk met het bijdenkbeeld van minachting): een lastig, moeilijk portret. PORTRETJE, o. (-s).