Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Teekenen

betekenis & definitie

Teekenen - (teekende, heeft geteekend), door middel van een kenmerk onderscheiden, een merk zetten of plaatsen (op iets): linnengoed teekenen; de verkochte schapen zijn alle geteekend; de boomen teekenen, die geveld moeten worden;

— (spr.) wacht u voor de geteekenden, die een of ander lichaamsgebrek hebben, inz. die met een bochel of met rood haar (omdat het bijgeloof hierin den vinger Gods als eene waarschuwing meende te zien);
— onderteekenen, zijne handteekening op iets plaatsen: een brief teekenen;
— iets voor gezien teekenen, het onderteekenen ten bewijze dat men het gezien heeft;
— eene schuldbekentenis, eene verklaring teekenen, met zijne handteekening geldig, van kracht maken;
— een huurcontract teekenen, onderteekenen en zich daardoor verbinden;
— de vrede is geteekend,
— de nieuwe firma zal teekenen Q. P. & Co., zoo zal de geldige handteekening zijn;
— zich schriftelijk voor iem., tot iets verbinden : voor ƒ5 teekenen, inschrijven; voor twee plaatsen teekenen; hij heeft (voor de Oost) geteekend, zich als koloniaal laten inschrijven;
— (fig.) daar wil ik wel voor teekenen, als ik zooveel verdien of krijg, ben ik tevreden;
— met lijnen voorstellen, afbeelden : een landschap, een kop, eene landkaart teekenen: met de pen, met potlood, met pastel teekenen; met passer en liniaal teekenen;
— bouwkundig teekenen, onderwerpen uit de bouwkunde;
— anatomisch teekenen, onderwerpen uit de anatomie;
—lijnteekenen, met passer en liniaal te gebruiken;
— handteekenen, uit de vrije hand, zonder van passer en liniaal gebruik te maken;
— naar voorbeelden, naar de natuur, naar het naakt model teekenen, die nateekenen;
— (fig.) iem., iets naar het leven teekenen, juist zooals hij is, zooals hij doet en handelt;
— ook gezegd van de figuren, strepen, punten, vlakken, die zich op natuurvoorwerpen, bevinden : fraai geteekend marmer; deze steen is mooi geteekend; deze patrijshond is mooi geteekend; keurig geteekende vogel;
— iets duidelijk te kennen geven; (van honden) door versnelde beweging van den staart het spoor of de nabijheid van wild aanduiden;
— dat aangeschoten wild teekent, geeft door zijn bewegingen te kennen, dat en hoe het aangeschoten is:
— dit paard teekent niet meer, men kan niet meer aan zijne tanden den ouderdom zien; (zeew.) de zee of het water teekent, het met de eb vallende water laat een vochtig merk achter, dat aantoont, hoe ver het is afgeloopen sedert het hoog water was;
— de peilschaal teekent heden 5 M. 4A.P., het water staat 5 Meter boven A.P.;
— (fig.) die feiten teekenen, zijn sterk sprekend, geven den toestand duidelijk te kennen; dat teekent hem, geeft duidelijk zijn aard, zijn karakter te kennen.