Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-03-2020

Pers

betekenis & definitie

Het begrip pers heeft 4 verschillende betekenissen:

1. pers - Pers v. (-en), werktuig waarin iets tusschen twee platen of walsen sterk gedrukt wordt om het daardoor samen te drukken, glad te maken, fijn te drukken of over te drukken ; hooipers, lakenpers, wijnpers, kopieerpers, drukpers; iets onder de pers leggen, het persen;
— hydraulische pers, die werkt door de stuwkracht van het water;
— handpers;
— inz. drukpers : het werk is ter perse, wordt gedrukt; het werk komt juist van de pers, is pas gedrukt;
— de pers doen zweden, den drukkers veel te doen geven;
— zweetende, krakende persen, waarop veel gedrukt wordt;
— alle geschriften die gedrukt worden, inz. dagbladen en tijdschriften : het oordeel van de pers, wat in de verschijnende geschriften en kranten over iets gezegd wordt; de vrijheid, de invloed der pers;
— hij heeft eene goede pers, gunstig wordt over hem in de dagbladen geschreven;
— schrijvers, journalisten : de zedelijke verantwoordelijkheid, de waarheidszin der pers;
— glans dien menig voorwerp inz. stoffen door het persen bekomt ; het laken heeft de pers verloren, glanst niet meer;
— de pers is er uit:
— (kleerm.) de pers moet er nog eens over, een zwaar strijkijzer, waarmede de naden plat en de kreuken weggestreken worden.
PERSJE, o. (-s).

2. pers - pers - 2. Pers m. (...zen), inboorling van Perzië.

3. pers - pers - 3. Pers v. (-en), (Zuidn.) stang, paal.

4. pers - pers - 4. Pers m. (-en), (gew.) perzikboom; vroege pers, abrikozeboom.