Gepubliceerd op 02-09-2018

Gedrukt

betekenis & definitie

GEDRUKT, bn. (-er, -st), een gedrukt voorhoofd, ineengedrongen schijnende (het tegenovergestelde | van ruim, hoog en breed),

— (bouwk.) een gedrukt gewelf, een vlak gewelf, dat bij eene groote spanning weinig hoogte heeft;
— eene gedrukte spiraalrits, eene spiraalrits, welker lijnen niet wijd uiteenloopen;
— (van personen, hun gemoed, hunne stemming enz.) door zorgen, kommer, moeielijke omstandigheden of ziekelijke toestanden bezwaard, zwaarmoedig, neerslachtig (het tegenovergestelde van opgeruimd of opgewekt): ik verwachtte van die blijde tijding eene gunstige werking op zijn gemoedstoestand, maar vond hem gedrukter dan te voren; mijne allereerste jeugd was uiterst gedrukt en treurig; eene gedrukte stemming, neerslachtig, niet opgewekt;
— (fig.) (van de markt of hare stemming, of van handelswaren) blijk gevende van gemis aan kooplust en vertrouwen (het tegenovergestelde van willig, opgewekt of koopgraag); daar men algemeen voor oorlog vreesde, was de markt gedrukt; koffie gedrukt, thee willig; de prijzen der koffie waren tegen alle verwachting zeer gedrukt. GEDRUKTHEID, v.

< >