Opening betekenis & definitie

Opening v. bet openen, begin : opening van de {zitting der) Staten-Generaal; de opening van den veldtocht; de opening van het badseizoen; de opening van de jacht; de opening van een nieuwen winkel; — mv. (-en), scheur, bres, barst, spleet: openingen in muren, deuren, planken; — openingen in den hemel, donkere ruimten zonder sterren; — als hij maar eene opening ziet, dan komt hij er, zoo hij maar eenigszins gelegenheid vindt; — insnijding; — ontleding (van een lijk), lijkschouwing; — mond (der maag); — (zeew.) baai; — inlichting, uitlegging; iem. opening van zaken geven, hem op de hoogte er van brengen; openingen doen, de onderhandelingen voorbereiden, aanvangen.

OPENINGETJE, o. (-s).