Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 19-09-2018

Maaltijd

betekenis & definitie

1. Maaltijd -m. (-en), maal, middageten; feestmaal; koude maaltijd, collation; (fig.) het is mosterd na den maaltijd, dat komt te laat.

2. Maaltijd -m. (-en), (Ind.) tijd der suikercampagne, dat het suikerriet gemalen wordt.