Wat is de betekenis van maaltijd?

2020
2021-06-21
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

maaltijd

Het begrip maaltijd heeft 2 verschillende betekenissen: 1) maal als activiteit. de handeling of activiteit van het eten zoals die dagelijks op geregelde tijden plaatsvindt; maal. 2) voedsel. voedsel dat men tijdens de maaltijd eet.

Lees verder
2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

maaltijd

maaltijd - Zelfstandignaamwoord 1. (voeding) een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen De maaltijd was weer heerlijk, Anneke! Zij zitten aan de maaltijd. Woordherkomst samens...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

maaltijd

maaltijd - zelfstandig naamwoord uitspraak: maal-tijd 1. keer per dag dat je voedsel eet ♢hoe laat gebruiken jullie de warme maaltijd? Zelfstandig naamwoord: maal-tijd de maaltijd de maaltijden...

Lees verder
1973
2021-06-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

maaltijd

m. (-en), 1. de handeling van eten, m.n. zoals deze dagelijks op geregelde tijden terugkeert: het ontbijt is de eerste —; tijdens, voor, na de —; m.n. feestmaal: de deelnemers aan het congres werd een — aangeboden; (zegsw.) dat is mosterd na de —; dat komt te laat; (godsdienstgeschiedenis) →heilige maaltijd; 2. wat men...

Lees verder
1955
2021-06-21
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

MAALTIJD

houden is meer dan voedsel tot zich nemen; het is een vorm van samenzijn, in geestelijke gemeenschap met elkander treden, convivium. In het heilige Evangelie wordt het messiaanse koninkrijk van Christus, waarin God door Christus in gemeenschap leeft met de mensen, voorgesteld als een koninklijk bruiloftsmaal, dat God aanricht voor zijn Zoon en waar...

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Maaltijd

s., miel (it); aan de —, oan it miel, oan ’e skaf.

1950
2021-06-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Maaltijd

I. MAALTIJD m. (-en), 1. de gezette handeling van eten, bep. zoals deze dagelijks op geregelde tijden terugkeert : het ontbijt is de eerste maaltijd; tijdens, voor, na de maaltijd; — (in ’t bijz.) feestmaal: den congresleden iverd een maaltijd aangeboden ; — (spr.) het is mosterd na de maaltijd, dat komt te laat; 2. wat m...

Lees verder
1933
2021-06-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Maaltijd

Een maal, dat men op een vastgestelden tijd geregeld gebruikt. Gewoonlijk gebruikt men in Nederland 3 of 4 maaltijden per dag, nl. een ontbijt, een koffiemaaltijd en een warm middagmaal. Deze laatste twee worden ook, naarmate de gewoonte het medebrengt, in omgekeerde volgorde genomen. Bij ontbijt en koffiemaal gebruikt men hoofdzakelijk brood, waar...

Lees verder
1926
2021-06-21
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Maaltijd

I. In eigenlijken zin. Wanneer bij de Israëlieten de hoofdmaaltijd gehouden werd is niet met zekerheid vast te stellen. Sommigen meenen des middags. Jozef laat zijn broeders eten „des middags” (Gen. 43 : 16, 25); Petrus wilde eten „op de zesde ure” (Hand. 10:9,10); Jezus werd door den Farizeër uitgenoodigd „...

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Maaltijd

1. Maaltijd -m. (-en), maal, middageten; feestmaal; koude maaltijd, collation; (fig.) het is mosterd na den maaltijd, dat komt te laat. 2. Maaltijd -m. (-en), (Ind.) tijd der suikercampagne, dat het suikerriet gemalen wordt.

Lees verder