Gepubliceerd op 13-09-2018

Instrument

betekenis & definitie

INSTRUMENT, o. (-en), werktuig; inz. voor heelkunde en physica: natuurkundige instrumenten; het kind is met de instrumenten gehaald, met de verlostang;

— muziekinstrument;
— (recht.) geschrift, stuk, document, oorkonde, bewijsschrift;
— (gemeenz.) (fig.) deugniet.

< >