Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Herbergen

betekenis & definitie

HERBERGEN, (herbergde, heeft geherbergd), huisvesten, iem. huisvesting of nachtverblijf verleenen ik kan zooveel menschen niet herbergen, in mijn huis opnemen; (fig.) ijdele gedachten herbergen;

— (veroud.) gehuisvest zijn of worden: deze weduwe, bij welke ik herberg. HERBERGING, v.