Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Heerschend

betekenis & definitie

HEERSCHEND, bn. heerschzuchtig, aanmatigend op heerschenden toon spreken; een heerschende blik, als van een heerscher;

— gangbaar, algemeen geldend: de heerschende meening. Zie HEERSCHEN, HEERSCHER, m. (-s), HEERSCHERES, v. (-sen), die heerscht.