Wat is de betekenis van heden?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

heden

heden - Bijwoord 1. (formeel) in de tegenwoordige tijd, in deze tijd Dat is heden niet meer het geval. 2. (formeel) op deze dag Heden is Pinksteren. heden - Zelfstandignaamwoord 1. de tegenwoordige tijd Synoniemen [1]: nu...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

heden

heden - zelfstandig naamwoord, bijwoord uitspraak: he-den 1. de tegenwoordige tijd ♢ dit verhaal speelt niet in het verleden maar in het heden 2. op deze dag ♢ heden is het feest Zelf...

Lees verder
1997
2022-08-18
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

heden

Het WNT geeft een groot aantal, hoofdzakelijk negentiende-eeuwse, citaten waarin heden (1872) als een uitroep bij bevreemding, verwondering, verbazing, ergernis, schrik, beklag, vertedering enz. gebruikt wordt. Eigenlijk is het een bastaardvloek, t.w. een vervorming hetzij van Heer(e)!, hetzij van hemel! (dat beter aan de klank...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

heden

I. bw., op deze dag, vandaag (buiten zegsw. alleen in deftige taal): —, de 17e januari; verschijnt; de dag van —, deze dag (ook) evenals — ten dage, bij uitbreiding voor: in de tegenwoordige tijd, thans; evenzo in op —; in verschillende zegsw. om het wisselvallige van dit leven uit te drukken; — verblijden, morgen lijd...

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Heden

adv., hjoed, hjoeddedei; tot, ont nou ta.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Heden

I. bw., op deze dag, vandaag (buiten zegsw. alleen in deftige taal): ik ben heden jarig;de dag van heden, deze dag, ook, evenals heden ten dage, bij uitbr. voor : in de tegenwoordige tijd, in onze dagen, thans; evenzo in op heden; — in verschillende zegsw. om het wisselvallige dezer wereld uit te drukken:...

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

heden

1. bw., op deze dag, nu, vandaag: tot heden toe, van heden af; voor heden hebben wij genoeg gedaan; heden over 14 dagen; zegsw. heden rijk, morgen arm! 2. o., de tegenwoordige tijd; 3. t.w. euphemisme: Hemel! Heer!: heden nog toe!

Lees verder
1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Heden

Het begrip heden heeft 2 verschillende betekenissen: 1. heden - HEDEN, bw. vandaag: ik ben heden jarig; de dag van heden, deze dag; heden ten dage. (bij uitbr.) in den tegenwoordigen tijd, in onze dagen, thans; — (in verschillende zegsw. om het wisselvallige dezer wereld uit te drukken) heden verblijden, morgen lijden; heden rood, morgen doo...

Lees verder