Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Grafelijk

betekenis & definitie

GRAFELIJK, ook GRAAFLIJK, bn. bw. aan een graaf toekomende het grafelijk bewind; grafelijke goederen; een grafelijke titel;

— door een graaf aangesteld, uitgevaardigd enz.: een grafelijk ambtenaar; een grafelijke vrijbrief;
— het grafelijk tijdperk, toen de graven regeerden, onder de graven;
— van een graaf afstammende: hij is van grafelijk bloed. GRAFELIJKHEID, v. de grafelijke macht;
— het grafelijk bewind
— het geheel der grafelijke rechten.