Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Gluiperig

betekenis & definitie

GLUIPERIG, bn. bw. (-er, -st), gluipend, huichelachtig, niet eerlijk, niet open: valsche, gluiperige oogen; hij ziet er gluiperig uit; een gluiperige streek. GLUIPERIGHEID, v.