Wat is de betekenis van gluiperig?

2019
2022-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gluiperig

gluiperig - Bijvoeglijk naamwoord 1. van een persoon dat hij heel stiekem is De gluiperige jongen kun je niet vertrouwen. 2. op een bedekte, vriendelijke, onderdanige manier gemene dingen doen geniepig|Geniepig, slinks, gluiperig: de krachttermen zijn nie...

Lees verder
1973
2022-01-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gluiperig

bn. en bw., vals, huichelachtig, niet open.

1952
2022-01-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gluiperig

adj. & adv., glûperich, loebeseftich.

1937
2022-01-17
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gluiperig

bn., bw. (vals, huichelachtig): gluiperige Willem werd boos; gluiperig kijken.

1898
2022-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gluiperig

GLUIPERIG, bn. bw. (-er, -st), gluipend, huichelachtig, niet eerlijk, niet open: valsche, gluiperige oogen; hij ziet er gluiperig uit; een gluiperige streek. GLUIPERIGHEID, v.