Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

2018-09-06

Glansloos

betekenis & definitie

GLANSLOOS, bn. zonder glans, niet glimmend zijne oogen waren dof en glansloos;

— (fig.) zonder fleur, saai, eentonig: allengs begon zij het leven aan zijne zijde glansloos te vinden.