Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-09-2018

Gemoedelijk

betekenis & definitie

GEMOEDELIJK, bn. bw. (-er, -st), handelende naar of zich latende leiden door de inspraak van het gemoed eene gemoedelijke, godvruchtige vrouw; een gevoelvol, gemoedelijk dichter;

aandoenlijk, gevoelig, goedig de gemoedelijke oude schudde het hoofd; hij wordt, als hij te veel gedronken heeft, altijd gemoedelijk;
— uit het gemoed voortkomende eene gemoedelijke preek; hij onderhield mij met gemoedelijken ernst over het voorgevallene.
GEMOEDELIJKHEID, v. (...heden), kalme bezadigdheid; welwillende ernst: iem. met eene zekere gemoedelijkheid toespreken.