Wat is de betekenis van gemoedelijk?

2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gemoedelijk

gemoedelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. vriendelijk en gezellig Voor een vriend gaat geen omweg te ver, zei vorst Vasili, op zijn gewone snelle, zelfverzekerde en gemoedelijke toon. Dit is mijn tweede zoon, ik hoop dat hij op uw genegenheid mag rekenen. Gemoe...

Lees verder
2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gemoedelijk

gemoedelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-moe-de-lijk 1. wat een aangename sfeer heeft ♢ het was een gemoedelijke bijeenkomst 1. het gemoedelijk opvatten [er niet moeilijk over doen]...

Lees verder
1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gemoedelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. handelend naar of geleid door de inspraak van het gemoed: een dichter; 2. (in verzwakte, thans de gewone betekenis) zachtaardig en vriendelijk, niet koel en stijf: het zijn echt gemoedelijke, vriendelijke mensen; (ook) blijk gevend van die gezindheid: een — gelaat; bw., niet-vormelijk: het gaat daar heel toe; 3. aa...

Lees verder
1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gemoedelijk

I. bn. (1 ernstig v. gemoed; nauwgezet v. geweten; 2 zich door het gemoed latende leiden meer dan door het verstand; 3 teergevoelig; goedhartig; 4 blijk gevende van een ernstig gemoed; blijk gevende, dat men zich laat leiden door de inspraak van het gemoed: blijk gevende van goedhartigheid): 1. gemoedelijke, godvruchtige mensen; 2. meer krachtig da...

Lees verder
1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gemoedelijk

(gə'moedələk) bn. en bw. (-er, -st) 1. ernstig van gemoed (I 1), nauwgezet : een godvruchtige, -e vrouw; een onderzoek. 2. zich eerder door het gemoed (I 2) dan door het verstand latende leiden : een dichter; een -e overtuiging in godsdienstzaken. 3. teergevoelig, goedhartig : een oudje; een -e glimlach. 4. innig, gezellig, genoeglijk : e...

Lees verder
1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gemoedelijk

GEMOEDELIJK, bn. bw. (-er, -st), handelende naar of zich latende leiden door de inspraak van het gemoed eene gemoedelijke, godvruchtige vrouw; een gevoelvol, gemoedelijk dichter; — aandoenlijk, gevoelig, goedig de gemoedelijke oude schudde het hoofd; hij wordt, als hij te veel gedronken heeft, altijd gemoedelijk; — uit het gemoed voortk...

Lees verder