Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

Gaten

betekenis & definitie

GATEN, (gaatte, heeft gegaat), van een of meer gaten of openingen voorzien ijzer, leder gaten:

— eene parel gaten, er een gaatje in boren;
— een gegate lepel, een lepel met gaatjes, in de lettergieterij.