Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 14-03-2020

Even

betekenis & definitie

Het begrip even heeft 3 verschillende betekenissen:

1. even - EVEN bw. uitdrukkende dat eene hoedanigheid bij twee zelfstandigheden of twee hoedanigheden bij eene zelfstandigheid in gelijke mate aanwezig zijn hij is even rijk als ik; de man was even dom als lui; hij handelt uit een even edel beginsel, uit even edel een beginsel;
— doen even alsof.... juist alsof.

2. even - EVEN bw. een weinig, lichtelijk ik raakte hem even aan; ’t eten is even aangebrand;
— een weinig tijd ‘t is even vóór vijven; hij kwam even over den tijd; voor enkele oogenblikken: ik ga even naar buiten; kom even bij me; ’t is maar even, het duurt maar een oogenblik;
— drukt uit, dat men voor de werking korten tijd noodig heeft: gooi hem even de deur uit;
— (even daarom, in den zin van juist daarom is een verwerpelijk germanisme).

3. even - EVEN bn. een even getal, twee of een veelvoud van twee;
— twee is even, drie is oneven;
— de even plaatsen, de tweede, vierde, zesde, enz.;
— de even nummers, in eene rij huizen, soldaten;
— (bij het raden) even of oneven;
— om het even, onverschillig: om het even wat het. is; het is mij om het even.