Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

Evenaar

betekenis & definitie

EVENAAR, m. (-s, ...naren), naald, tongetje (eener weegschaal), (ook) de balans zelf;

— (fig.) de evenaar slaat door ten gunste van, de kans, de stemming verklaart zich voor;
— (aardr.) evennachtslijn:
— (wev.) een werktuig dat de draden van de schering geleidt en uit elkaar houdt, Ieesbord, (gew.) effenaar.