Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gepubliceerd op 01-01-2021

Razend

betekenis & definitie

bn. bw. (-er, -st),

1. (van personen) wild, buiten zichzelf: razend van benauwing vloog hij op van zijn stoel; zij vochten als razenden ;
2. (van abstracta) zich voordoend op een wijze die alle perken te buiten gaat, wild, tomeloos, mateloos : in zijn razende gejaagdheid liep hij steeds maar verder; een razende onrust grijpt hem aan; — (van geluiden) onstuimig opklinkend: een razend gejuich; — (van bewegingen) onstuimig voortjagend : een razende wedren;
3. krankzinnig: een razende dweper; ze dacht dat hij razend iverd ; — als een razende, als razend : als razend rukte hij zich de haren uit het hoofd; als een razende holde hij de stad door; — volgens een oude voorstelling werd krankzinnigheid wel veroorzaakt door een insect, een mot of worm, in het hoofd : (gew.) heb je de razende mot in ’t hoofd? (Cremer); vervolgens ook van voorwerpen waarin in eigenlijke zin de mot of de worm zit: de tafel waar de razende worm in was (Cremer); vervolgens ook van kleren en andere voorwerpen die door ouderdom beginnen te verslijten en gaatjes vertonen: (gew.) de razende mot zit in het linnengoed, het is zo versleten dat het haast niet meer te gebruiken is ;
4. (Zuidn.) (van honden) dol: door een razende hond gebeten worden ;
5. (veroud.) onzinnig, dwaas, idioot: hoe komen zulke razende begrippen in uw hoofd op? (Loosjes);
6. woedend: hij maakte me zo razend dat ik hem een klap gaf;
7. tot een hoge graad opgevoerd, geweldig: hij had een razende trek om er heen te gaan ; ’t schip glijdt in razende vaart de helling af ; in razend tempo werd de zaak afgehandeld; — een razende honger ;
8. als bw. van graad, in hoge mate, bijzonder, zeer ; — bij een bn. : hij was razend kwaad ; zij was razend blij; dat was razend plezierig; ik heb het razend druk ; razend leuk ; een razend knappe jongen ; — razende dol; —bij een ww. of bw.: hij heeft razend pijn; hij is razend verliefd; wij houden beiden razend van ons enig kind; ik moet eerlijk bekennen, dat het mij razend begint te vervelen ; dat heeft razend veel geld gekost, verbazend veel.