Lamp betekenis & definitie

zie ook het is vrijdag, de lamp hangt voorover.

1. de- is uit, onder wielrenners een slanguitdr. die gebruikt wordt m.b.t. iemand die aan het eind van zijn krachten is, die totaal kapot zit. Vgl. de bijbelse uitdr. geen olie meer in de lamp hebben ‘geen krachten meer hebben’ (naar Mat- teüs 25:1-13). Vgl. ook het lichtgaat uit/de lichtengaan uit.

In grote ronden ga ik altijd tegen het eind pas goed rijden. Terwijl bij anderen de lamp langzaam uitgaat, word ik sterker. (Mart Smeets: Kopmannen en waterdragers, 1992)

Gelukkig weetje dat iederéén kapot zit aan het eind van een klassieker. Alleen gaat bij de ene renner de lamp blijkbaar wat vroeger uit dan bij de andere. (Humo, 02/04/92)

Al zijn de omstandigheden op Sicilië niet te vergelijken met hier, één conclusie kun je wél trekken: op de conditie valt niets aan te merken. Is die slecht, dan gaat de lamp uit. (Trouw, 18/08/94)

2. de- vasthouden, alles vana totz weten. Meestal in de ontkennende vorm gebruikt. Bargoense uitdr. Tegenw. verouderd.
3. een - zonder olie, schertsende ben. voor een sufferd.
4. er vallen -en, men wordt (op heterdaad) betrapt. Deze Bargoense uitdr. vertoont verwantschap met AN tegen de lamp lopen (in de i9de-eeuwse soldatentaal bet. dit overigens iets heel anders, nl. ‘een geheime ziekte opdoen’). Vgl ook 8 en ’t is lampe.

Ik ga kneize, hoe ’k van wiek mot rake als er lampe valle. (Willem van Iependaal: Polletje Piekhaar, 1935)

5. geef die - eens een opdonder, soldatengezegde wanneer iemand een ongeloofwaardig verhaal opdist. Mogelijk verouderd.
6. het is huilen en de - vasthouden (met de lamp voorover), het ziet er treurig uit; het is waardeloos, niet best. Deze zegswijzen hebben zich wellicht ontwikkeld uit 7. Varianten zijn het is huilen met de lamp aan/uit; het is huilen in een pikdonkere kelder met een zwarte doek voor je kop; het is huilen met de klep dicht/met de pet op,/met een rietje.

Zolang we niet georganiseerd benne, blijft ’t huilen met de lamp voorover... (Jan Mens: De Gouden Reaal, 1940)

Maar voor de rest is het dan ook huilen met de lamp uit. (Martin Boelens: De dochter van de hon- dekop, 1977)

U zult immers begrijpen dat het in de Kimmenbranche, de moderne onverzorgde lange haardracht ten gevolge, tegenwoordig huilen met de pet op is. (Kees van Kooten en Wim de Bie: Het groot bescheurboek, 1986)

... en voor de rest was ’t weer huilen met de pet op. Nooit geweten dat Derek de Lint zó slecht kon acteren! (Theo van Gogh: Mijn favoriete graftak (en ander onheil), 1989)

De rest is helemaal huilen met de lamp aan... Peter Kreuder, Charlie Kunz, Les Paul en Mary Ford, Victor Sylvester, Malando... (J.A. Deelder: De T van Vondel, 1990)

In de vaderlandse topsport zijn hier en daar uitzonderingen waar te nemen, maar zeker als we de breedtesport meetellen, is het totaalbeeld huilen met de pet op. (Sport International, november 1991)

‘Dat was toen huilen met een rietje’, zegt Feiner. (Elsevier, 03/10/92)

7. ik kan niet huilen en de - vasthouden, ik kan geen twee dingen tegelijk doen. Deze uitdr. dateert uit de tijd toen men nog met olielampen licht maakte. Wellicht ontleend aan de situatie rond een sterfbed: degene die de lamp moest vasthouden om het laatste restje olie te doen branden, kon onmogelijk terzelfder tijd zijn gevoelens tot uiting brengen; m.a.w., twee dingen die ieder op zichzelf al naar zijn, kan men haast niet samen doen.
8. -en gooien, gevaar veroorzaken. Sluit aan bij 4 en stamt uit dezelfde hoek. Lamp! is Bargoens voor ‘onraad!’.

Dan trok-ie rap de deur toe om bene te make, bang als-ie was dat er een stille smeris in de buurt zou

zijn om lampe te gooie. (Willem van Iependaal: Polletje Piekhaar, 1935)

9. op de- leunen, uitdr. uit de theaterwereld:

‘op de souffleur leunen’.

lampe: ’t is er is onraad; er dreigt gevaar. Bargoense uitdr. uit het begin van de 19de eeuw. Vgl. ook er vallen lampen en lampengooien.

Endt en Frerichs denken aan Rotwelsch tarnden ‘verstoorder, verstoring’, via het Jiddisch ontstaan uit het Hebreeuwse woord lamdon ‘geleerde’ en vandaar dan via ‘opzichter’ naar de tegenwoordige bet.? In de jaren vijftig werd de uitdr. veel gebruikt door homo’s en lesbiennes om te waarschuwen voor de komst van hetero’s. Dit gebeurde dan met behulp van een uil waarvan de ogen oplichtten. Zie er hangt een uil aan de lamp; er is een uil in ’t mandje; er is een uil om de lamp.

lampenglas: door een - kunnen, erg mager zijn. Volgens Van Dale (1992) een gewestelijke uitdr. In Den Haag gehoorde variant: hij kan een salto maken in een lampenglas ‘hij is erg mager’.

‘Wat een juffershondje.’ ‘Hij kan door een lampe- glas’, gaf zij partij. (Jan Spierdijk: Jeugd vol verwachting. Amsterdamse herinneringen 1919 - 1940, 1994)