Synoniemen van Lamp

licht, lantaarn, verlichtingstoestel
2019-10-21

Lamp

zie ook het is vrijdag, de lamp hangt voorover. 1. de- is uit, onder wielrenners een slanguitdr. die gebruikt wordt m.b.t. iemand die aan het eind van zijn krachten is, die totaal kapot zit. Vgl. de bijbelse uitdr. geen olie meer in de lamp hebben ‘geen krachten meer hebben’ (naar Mat- teüs 25:1-13). Vgl. ook het lichtgaat uit/de lichtengaan uit. In grote ronden ga ik altijd tegen het eind pas goed rijden. Terwijl bij anderen de lamp langzaam uitgaat, word ik sterker. (Mart Smeets: Kopmann...

2019-10-21

Lamp

Een lamp voor iemands voet zijn, (fig.) een voorbeeld, richtsnoer, zijn voor iemand. Deze weinig gebruikte uitdrukking vindt zijn herkomst in een van de Psalmen: ‘Uw regels geven mij inzicht, / daarom haat ik elk bedrieglijk pad. / Uw woord is een lamp voor mijn voet, / een licht op mijn pad’ (Psalmen 119:104-105, NBV). In deze psalm wordt de ‘heerlijkheid der wet’ (NBG-vertaling) bezongen. De symboliek is duidelijk: de wetten zijn de lamp die de wandelaar het juiste pad wijzen, ofwel: d...

2019-10-21

Lamp

Een antieke olielamp komt veel voor op toegangshekken en grafmonumenten uit de negentiende eeuw. In de oudheid is de lamp een symbool van waakzaamheid in donkere uren. In de christelijke iconografie wordt er de volgende uitleg aangegeven: Johannes 8:12 (en Christus zeide:) 'Ik ben het Licht der wereld'; psalm 119:105, 'Uw woord is als een lamp voor mijn voeten en een licht op mijn pad'; 'Een lamp voor mijn voet is Uw woord, Een schijnend licht op mijn pad'. In het Latijn betekent 'Lux est urnbra...

2019-10-21

Lamp

Lamp - aan de lamp likken: zich schuldig maken aan een vergrijp, waarvoor men gestraft zal worden. Hierbij moet gedacht worden aan de uitdr. zich branden, zijn vingers (of handen) verbranden. Syn.: aan de pan likken. Vgl. ook het Bargoense woord voor politieagent: lamp, of in de Duitse Gaunersprache Laterne, Licht. Tegen de lamp lopen: een geheime ziekte opdoen, een ongeluk krijgen. Wellicht moet hier gedacht worden aan het lamplicht, blijkens het Hd. sich verbrennen = syfilis oplopen. Geef de l...

2019-10-21

lamp

lamp - Zelfstandignaamwoord 1. een object dat gemaakt is om licht te geven Hij probeerde de lamp aan te zetten, maar de stroom was uitgeschakeld. 2. (elektronica) (verouderd) radiobuis Verwante begrippen tl-buis, verlichting

2019-10-21

Lamp

LAMP, v. (-en), werktuig dat dient ter verlichting staande lamp; hanglamp; petroleumlamp, gaslamp; olie in de lamp doen, (fig.) (Zuidn.) eten; — de lamp aansteken; — (R. K.) de eeuwige lamp, die steeds brandt voor het hoofdaltaar; (fig.) dat riekt naar de lamp, aan dit (letterkundig) werk is veel tijd besteed, het draagt sporen van met veel inspanning bewerkt te zijn; — de lamp des levens, het leven; — hij heeft geene olie meer in de lamp, zijne krachten zijn uitgeput; — (Zuidn.) dat i...

2019-10-21

lamp

lamp - zelfstandig naamwoord 1. ding dat licht geeft als je hem aan doet ♢ we hebben een nieuwe lamp boven de tafel 1. wat een lampenpit is dat (TB) [vreemd figuur] 2. de lamp hangt scheef [er is geldgebrek] 3. tegen de lamp lopen

  • 2019-10-21

    lamp

    lamp - v., (argot), politie, onraad ; „tegen de lamp loopen”.

    2019-10-21

    lamp

    politie; onraad. Tegen de lamp lopen.

    2019-10-21

    Lamp

    Men onderscheidt: a) lampen voor vloeibare brandstof; b) lampen voor gasvormige brandstof (➝Gasverlichting); c) lampen voor electriciteit (➝Verlichting). De l. in de voorhistorische tijden werden meestal uit steen gehouwen. Van belang is de groep Grieksche en Romeinsche lampjes: zij waren rond of ovaal, van gebakken aarde, brons of edelmetaal, en werden gedragen of aan kandelabers gehangen. De vele lampjes, die in de catacomben gevonden werden, zijn versierd met de gewone symbolen der Chr...