Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gepubliceerd op 17-01-2019

Schiedam

betekenis & definitie

Schiedam - ontstaan in de nabijheid van het huis te Riviere, dat bij de uitmonding van de Schie in de Maas werd gebouwd. Nabij deze sterkte lag de dam in de Schie. Vóór deze sterkte werd voortdurend land aangeslibd. Hierop ontstond een buurtschap.

In 1273 werd de plaats aan den Schie-dam, Nieuwedam of Nieuw-Schiedam genoemd, tot stad verheven. Haar ligging aan den Schiemond,. waarmee Rotterdam toen nog niet verbonden was, deed deze plaats tot een belangrijk verkeerspunt worden. Zeehandel werd ± 1300 noch door S. noch door Rotterdam gedreven, daar Dordrecht het monopolie daarvoor had. In de 16de eeuw had S. een belangrijk aandeel in de haringvisscherij. In de 17de eeuw was de handel hoofdzakelijk tot granen beperkt, wat mede in verband stond met het oprichten van branderijen. Deze verdrongen weldra andere fabrieken.

Het aantal branderijen en destilleerderijen neemt echter zeer af: in 1875 waren er bijna 400, in 1912 nog slechts 77 (en 15 destilleerderijen). In verband met deze industrie staat het mesten van runderen en varkens (spoelingdistrict). Een belangrijk bijproduct is gist. Verder zijn er o. a. glas(vooral flesschen) fabrieken, capsule-, stearinekaarsen-, zuurstof- en waterstoffabrieken, een kettingfabriek en een groote werf en machinefabriek. Het had in 1920 38.300 inw.